Plas Broekvelden & Vettenbroek

De veenplassen Broekvelden en Vettenbroek werden in 1890 drooggelegd en samengevoegd tot één polder, Broekvelden/Vettenbroek. Tijdens de jaarwisseling van 1925/1926 overstroomde de graslandpolder en deze werd weer drooggemalen. Het droog houden van deze polder bleef echter problematisch door het vele (zoete) kwelwater. Eind jaren zestig maakte zandwinning van de polder Broekvelden/Vettenbroek weer een plas. Grote delen van de polder zijn door zandwinning tot 30 meter diep. Er zijn echter ook delen die veel ondieper zijn met name in de zuid-oosthoek. De plas, eigendom van de Gemeente Bodegraven-Reeuwijk  is niet toegankelijk voor recreatievaart. Wel is er een surfclub actief in het westelijk deel van de plas. Het ontbreken van jacht betekende dat er zich na aanleg van de plas in 1970 grote aantallen watervogels op de plas hebben gevestigd waaronder vele tienduizenden smienten, duizenden krakeenden en honderden slobeenden.


November 2005         (Mislukte) herkansing voor aanleg eilandjes op de surfplas in het Reeuwijkse Plassengebied

Rond 1995  is op de Plas Broekvelden opnieuw zand gewonnen voor het aanleggen van de nieuwe rijksweg Bodegraven- Alphen a/d Rijn. Om de ten gevolge van het zand zuigen negatieve natuureffecten te compenseren werd door de Provincie Zuid-Holland besloten om aan de zuidkant in de buurt van de oevers in de  surfplas eilandstroken aan te leggen, bedoeld als broedplaats voor vogels o.a. voor de grote karekiet. Daar is in 2003 mee gebonnen. Toen het zand winnen voor de rijksweg klaar was werd het zuigen nog een tijdje doorgezet,  nu bedoeld om eilanden aan te leggen,  langgerekt en smal van vorm.  Al snel bleek dat er geen lang leven beschoren was voor de eilandjes. Na een paar flinke herfststormen waren flinke delen al weer onder water verdwenen.


In 2005 werd er op de Reeuwijkse Plassen weer gewerkt in de zuidhoek van de surfplas. Een 2e poging werd opnieuw gedaan om eilandjes aan te leggen. Dubbele palenrijen werden geplaatst aan de zuidkant van de plas lopend van zuid naar noord. Tussen de palenrijen werd op de ondiepe bodem van de plas zwart kunststof doek gelegd. Zakvormig  doek zodat het volgespoten kon worden met bagger afkomstig uit de aangrenzende polder Sluipwijk. Met een baggerbootje werd bagger vanuit deze polder via een persleiding vervoerd naar plas Broekvelden. De met bagger volgespoten langwerpige zakken die als reuzenkroketten  boven het water uitkomen werden vervolgens een tijdje met rust gelaten. Naar ik begrepen heb van de uitvoerders werden er gaatjes in het doek gemaakt en daarin werd riet geplant. Een eenvoudig maar nieuw technologisch hoogstandje, bedoeld om rietkragen te ontwikkelen waar in de toekomst wellicht grote karekieten op af moesten gaan komen om te broeden. Was wel benieuwd naar de resultaten. Helaas heeft moeder natuur ook deze keer weer  roet in het eten gegooid. We zijn nu in november 2017 en van de aangelegde eilandjes is zo goed als niets meer over.


Eerste aanleg eilandjes. Afronding van de eilandenaanleg aan de zuidkant van plas Broekvelden. Foto: november 2003

Tweede aanleg eilandjes. Het slaan van dubbele palenrijen en plaatsen van kunststof geotubes in de zuidhoek van plas Broekvelden. Foto: November 2005


Baggerbootje met transportleiding die bagger uit de polder Sluipwijk vervoert.
Foto; november 2005.

Het volspuiten van de lange kunststof zak Foto: november 2005

Een met bagger  volgespoten kunststofzak op zijn plaats gehouden door  palenrijen Foto: november 2005


Situatie 8 dec 2005. Kunststofzakken, zgn. geotubes zijn volgespoten met bagger afkomstig uit de aangrenzende polder Sluipwijk.


Situatie 30 sept 2006.  In  kleine gaatjes die in de kunststof zijn gemaakt zijn stekken van moerasplanten gepoot. De bedoeling was 
riet maar het zijn vrijwel alleen ruigtkruiden geworden. De vegetatie is verwijderd en er zijn schelpen aangebracht als 
potentieel broedgebied voor visdieven.


Uiteindelijk was er nog maar een klein stukje eiland over waar zich in het voorjaar van 2008 een kolonie kokmeeuwen
vestigde en een nestelende fuut. Foto : 26 april 2008.

 

Een andere foto van een kokmeeuwkolonie op het restant van een eilandje. Foto: 8 april 2010.


Ook visdiefjes hebben de eilandjes waar schelpen op waren gebracht kunnen gebruiken als broedplaats. Foto: 14 mei 2008.


De kunstmatige eilandje waren ook geliefde rustplaatsen voor eendachtigen zoals hier krakeenden. Foto: 6 januari 2010.
Dit eilandje is inmiddels (november 2017) ook volledig weggespoeld..


Op een van de kunstmatige eilandje zijn zelfs dotterplanten
gepoot zoals het geel van de bloeiende plantjes laat zien.

Hetzelfde kunstmatig eilandje als links. Situatie 5 maart 2008.
Ook dit  opgespoten eiland wordt langzaam maar zeker 
kleiner en kleiner en dreigt snel onder water te verdwijnen.


Voorjaar 2007. Een ander  kunstmatig eilandje gelegen waarop een schelpenlaag is aangebracht. Hier hebben in 2007 verschillende visdieven gebroed. Op een ander kunstmatig eilandje waar schelpen zijn aangebracht hebben in het voorjaar van 2008 zelfs vele tientallen 
visdiefpaartjes gebroed.


Hetzelfde eiland maar nu op 26 februari 2008. Een flink deel van het eiland is verdwenen. De kunststofzakken zijn gaan scheuren en 
de bagger spoelt bij harde wind weg. De geotubes waren tussen de palenrijen geplaatst. De overgebleven paaltjes worden nu gebruikt 
door aalscholvers en scholeksters. Een groep scholeksters, zo'n 50 stuks, teruggekeerd vanaf de kust om te gaan broeden in 
de graslanden in de omgeving  gebruikt het resterende deel van het eiland om er te slapen.


Situatie 4 maart 2008. Wat resteert is open water en twee palenrijen. De waterwolf heeft zijn werk gedaan. De palen werden gebruikt door rustende vogels maar zijn later door een onbegrijpelijke  opdracht van de Gemeente onder water gedrukt.


Dat vogels de paaltjes graag gebruikten als rustplaats blijkt wel uit deze foto. Zwarte sterns die het plassengebied een paar dagen aandeden in de voorjaarstrek gebruikten de paaltjes om er uit te rusten.
Ook aalscholvers en scholeksters gebruikten de paaltjes regelmatig.


5 maart 2008  Waterwolf vreet nieuwe eilanden opnieuw weg.
Over de eilandenontwikkeling op Plas Broekvelden te Reeuwijk

Het zag er zo veelbelovend uit. Eilandjes maken in de Surfplas Broekvelden door hele grote kunststof zakken (zgn. geotubes) vol te spuiten met bagger. Palen eromheen slaan zodat de zakken op hun plaats blijven en een kunstmatig moeras maken voor moerasvogels zoals de in Reeuwijk sterk bedreigde grote karekiet en nieuw broedgebied voor visdieven. Na het volspuiten zijn rietstekken en andere moerasplanten geplant in kleine gaatjes die in de in de kunststoflaag zijn gemaakt en op twee eilanden is een schelpenlaag aangebracht speciaal voor de visdieven.
Maar ja de natuur is weerbarstig en kunststof blijkbaar niet sterk genoeg. De geotubes, zoals de zakken heten zijn op een paar eilanden gaan scheuren en de wind heeft de rest gedaan. De bagger (en de schelpen van een eiland)  zijn weggespoeld. Twee eilandjes zijn inmiddels geheel of ten dele in de golven verdwenen.
Het maken van eilandjes in Plas Broekvelden met   bagger in kunststofzakken betrof een proef. Al een paar jaar eerder zijn eilanden aangelegd als natuurcompensatie vanwege de zandwinning op de plas. Maar ook die aanleg is volledig mislukt en deze eilandjes waren al weer snel weggespoeld.  Op dit moment (nov 2017) zijn alle kunststof-eilanden geheel of gedeeltelijk weggespoeld. Delen van de geotubes verblijven echter nog steeds onder water. 


Ook in vorstperioden werden de kunstmatige eilandjes massaal door eenden (en ganzen) gebruikt als rustplaats. Foto: 10 februari 2012.


Smientengedrag op de Plas Broekvelden in Reeuwijk

De Reeuwijkse plas Broekvelden is een echte smientenplas. Duizenden smienten brengen er de winterperiode door. Vanwege al die smienten is de Broekvelden zelfs aangewezen als Vogelrichtlijngebied voor deze soort. Het aanwezig zijn van minimaal 12.500 smienten betekent dat op dat moment ongeveer 1% van de totale West-Europese smientenpopulatie op Broekvelden verblijft. Maar het aantal smienten op de plas is regelmatig stukken hoger dan die 12.500 stuks zoals op onderstaande tabel is te zien.


DATUM                                 AANTAL
20 maart 2000                     34.000
17 februari 2002                 35.000
11 januari 2001                   28.000
12 december 2002              37.000
15 januari 2001                    31.000
11 februari 2005                  27.000
31 december 2001              46.000
4 maart 2005                        36.000


Vanaf eind augustus komen de eerste smienten al weer uit hun broedgebieden terug en zijn op de plas te zien. In de loop van het najaar nemen de aantallen steeds verder toe tot aantallen die variëren tussen de tien en veertigduizend vogels. Maar het maximum  aantal is inmiddels wel eens opgelopen tot het absolute record van 70-80.000 smienten, maar liefst 6x de 1% norm, tijdens een vorstperiode geteld. De smienten blijven op de plas Broekvelden tot begin/half april en gaan dan weer terug naar de broedgebieden in Noord- en Oost-Europa.


De aantallen smienten die aanwezig zijn kunnen per dagdeel enorm verschillen. In de vroege ochtenduren zijn er meestal maar betrekkelijk weinig op de plas aanwezig. Soms is de plas dan werkelijk zonder smienten. Kom je daarentegen wat later in de middag dan ligt de plas soms stampvol met de smienten 'mannetje aan mannetje'.

 

 

 

18 oktober 2004                                      Aantal
telling tijdstip ca. 10.00 uur                   1500
telling tijdstip ca. 17.00 uur                   9000

 

 

31 oktober 2005    
telling tijdstip ca. 10.00 uur                    900
telling tijdstip ca. 17.00 uur                  12000


Waarom die grote verschillen in aantallen overdag?        

Smienten zijn graseters en de reden voor hun massale aanwezigheid zijn de uitgestrekte graslandpolders in het Groene Hart van West-Nederland. In die goedbemeste graslanden groeien eiwitrijke grassen, bedoeld voor de koeien. Die geven door het hoge eiwitgehalte in het gras veel melk. Maar smienten zijn ook gek op dat malse gras. Van nature houden smienten er een dag- en nachtritme op na. Overdag slapen op een rustplaats waar ze niet gestoord of verstoord worden en in de nachtelijke uren gras vreten. Dat hoeft niet allebei persé in hetzelfde gebied te gebeuren. Smienten hebben het er voor over om een afstand van 10 tot 15 kilometer af te leggen om heen en weer te vliegen tussen rust- en voedselgebieden. En dat is de reden waarom er van die grote verschillen in aantallen zitten op de plas ’s morgens en ’s middags. Als smienten zich s’ nachts in de graslandpolders hebben volgevreten en de polders zijn voldoende rustig dan kiest een groot aantal ervoor om de tocht naar het rustgebied achterwege te laten. Ze blijven in de polder bij voorkeur op graspercelen die langs brede sloten liggen of in de sloten zelf. Of ze zitten in veenputten met voldoende uitzicht om bij verstoring snel te kunnen reageren. Bij voldoende rust blijven de smienten de hele dag in de graslandpolders. Maar als er veel verstoring is vliegen ze wel naar de rustgebieden en in dit geval is dat de plas Broekvelden.        

En om te bewijzen dat het ook zo werkt het volgende voorbeeld.  

In het voorjaar worden graslandpercelen bemest. Als de graslandpercelen erg nat zijn dan is mest uitrijden moeilijk vanwege de kans op insporing. Vriest het nu ‘s nachts flink dan is het in de ochtend een paar uur mogelijk om toch mest uit te rijden omdat de bodem dan nog bevroren is. Dan zie je ook veel boeren die snel met de mestkar het veld in gaan om te mesten. Met als gevolg dat er behoorlijk wat verstoring plaatsvindt door het heen en weer rijden. Daar reageren de aanwezige smienten weer massaal op door naar rustgebieden te vliegen waaronder dus Broekvelden. In betrekkelijk korte tijd vallen er dan vele duizenden smienten in op de plas.


Smientenpoep op de Surfplas in Reeuwijk 

Wat zaten er in de namiddag van 27 november 2007 veel vogels op de Surfplas te Reeuwijk. Met name smienten. Grof geschat ging het om zo'n 40 á 50.000 vogels. Een prachtig gezicht waar je van kunt genieten. Een lokale boer die we op ons rondje Surfplas ontmoetten genoot er niet van en maakte zich uitermate kwaad over al die schijtende vogels die de plas aan het vervuilen waren. Daar werd niet tegen opgetreden. Volgens hem kreeg hij vanuit de mestwet alleen maar meer en meer regels  opgelegd terwijl die honderdduzenden eenden vrijelijk hun stront in de plas konden dumpen. Nadat de briesende agrariër zijn gram had gespuid en weer vertrokken was liet ik zijn opmerkingen nog eens op mij inwerken. Zouden die grote aantallen smienten (en andere watervogels) op Broekvelden  met hun geschijt inderdaad een onacceptabele hoeveelheid meststoffen in de plas deponeren? 

De plas Broekvelden te Reeuwijk 'afgeladen' met smienten in de namiddag van 27 november 2007

Het water van de plas Broekvelden is al vele jaren zeer helder. De ondiepere delen van de plas zijn begroeid met velden van waterplanten. De meest voorkomende soorten zijn smalle waterpest en gewoon aarvederkruid. Voor knobbelzwanen,meerkoeten en eendachtigen vormen die waterplanten in de zomermaanden een belangrijke bron van voedsel. De plas is door het zuigen van zand zeer diep geworden. Er is tot een diepte van 30 meter zand weggezogen. Dat betekent een enorme bak met water want de plas is ongeveer 150 hectare groot en grof berekend zal zo ongeveer de helft van de plas tot op een diepte van rond de 30 meter zijn uitgezogen. Ook de meetresultaten van het Hoogheemraadschap van Rijnland bevestigen dat de waterkwaliteit van plas Broekvelden goed is. Het is zelfs in Zuid-Holland een van de gebieden met de beste waterkwaliteit. Dat wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een forse aanvoer van zoete kwel. Ook de diepte van 30 meter is van invloed, en dat komt door het zuurstofrijke water wat wordt veroorzaakt door de stevige golfslag op de plas. Uiteraard heeft de mest van smienten invloed op de waterkwaliteit, maar het effect is veel minder dan door de boer wordt gesuggereerd. Smienten zijn graseters en in hun uitwerpselen zit een fors aandeel onverteerd materiaal wat in feite weer voedsel vormt voor vissen en andere waterdieren in de plas. De uitwerpselen zijn een natte massa met een flink aandeel onverteerd gras en het aandeel droge stof bedraagt per dag per smient niet meer dan een paar gram. Uitgaande van een gemiddeld aantal smienten van 10.000 per dag op de plas betekent  dat aan vervuilingsequivalenten hooguit 10-20 kg voor de totale plas. Naar ik aanneem zal dat geen enkel probleem vormen, hetgeen bevestigd wordt door de aanwezigheid van de vele waterplanten en het kraakheldere water op de plas. De plas loopt naar mijn idee meer risico als ooit besloten wordt om water in te laten vanuit de andere plassen die een minder goede waterkwaliteit hebben.  Het idee om dat te doen  is al eens naar voren gebracht, naar ik hoop zal het nooit worden uitgevoerd.


Nogmaals de Plas Broekvelden vol met smienten.  Op de voorgrond zwemt een casarca, vrijwel zeker ontsnapt uit een watervogelcollectie.


Dodaarzen op plas Broekvelden

De grootste trefkans om dodaarzen te zien is op de Reeuwijkse Plassen en dan vooral de plas Broekvelden.  In maart 2017 zag ik nog 7 exemplaren bij het maken van een vogelobservatierondje om de plas heen. Kleine aantallen van het fladdergatje zoals de echte Reeuwijkers de dodaars plegen te noemen zijn op de plas vooral te zien in voorjaar, najaar en winter. Maar dodaarzen kun je in principe overal tegen komen. Ze zwerven nogal. De put van Broekhoven nabij Fort Wierickerschans, de fortgracht van Wierickerschans zelf, de Enkele en Dubbele Wiericke, Hollandsche Yssel en Oude Rijn en de rivier de Lek is zomaar een greep aan gebieden waar je dodaarzen tegen kan komen, meestal als solitaire exemplaren. Het is een kwestie van goed opletten. Ze duiken bij gevaar vrijwel altijd snel onder water en zijn dan weer moeilijk in het (kijker)beeld terug te krijgen.

 

Als broedvogel zijn dodaarzen in het Groene Hart rond Gouda/Reeuwijk superschaars en meestal gaat het dan maar om een enkel paartje. Wil je dit kleinste in Nederland voorkomende fuutje echt in zijn broedgebied zien dan moet je naar de Leersumse Plassen op de Utrechtse Heuvelrug gaan of naar het duingebied Meyendel-Berkheide aan weerskanten van de Wassenaarse Slag tussen Den Haag en Katwijk. In genoemde gebieden broeden jaarlijks enkele tientallen dodaarzen.