Watermolens en  overblijfselen van schraallandvegetaties bij de voormalige Zuidzijderboezem in de polder Reeuwijk

Als je de Enkele Wiericke afloopt over de kade die aan de westkant ligt en Prinsendijk heet, beginnend bij Fort Wierickerschans, dan kom je aan de zuidkant van de RW A-12 langs de polder Reeuwijk. Die ligt dan direct aan je rechterhand. Dit polderdeel, in de volksmond  Abbessinië genoemd, maakte vroeger onderdeel uit van de Zuidzijderpolder die helemaal tot aan de Oude Rijn bij Bodegraven doorliep. 

 

 

 

De polder Reeuwijk ten zuiden van Rijksweg A12, liggend noordelijk van de Plas Broekvelden,  maakte vroeger deel uit van de Zuidzijderpolder welke doorloopt tot aan de Oude Rijn.

Ter hoogte van het woord Prinsendijk lag westelijk ervan de Zuidzijderboezem, waar ooit twee watermolens hebben gestaan.

De waterwipmolen in de polder Oukoop, die  eeuwen de polder heeft ontdaan van overtollig water staat er nog steeds, en functioneert ook nog.


Het polderdeel zuidelijk van de Rijksweg A-12 heeft een uiterst boeiende waterstaatkundige geschiedenis achter zich liggen. Het gaat over de wijze waarop het overtollige water in de loop der eeuwen uit de Zuidzijderpolder is afgevoerd. Al vanaf 1226 loosde de Zuidzijderpolder op natuurlijke wijze op de Oude Rijn via het natuurlijk gevormde riviertje 'De Wiericksloot'. Het polderwater ging vervolgens naar de Spaarne bij Amsterdam en kwam uiteindelijk op het IJ terecht. Door het afdammen van de getijdenrivier de Hollandsche IJssel bij Vreeswijk(eind 13 eeuw) had men het voordeel van lagere ebstanden waardoor betere mogelijkheden ontstonden om af te kunnen wateren op de IJssel. Veel polders ten noorden van de IJssel hebben om die reden in die tijd hun afwatering richting Hollandsche IJssel aangepast.


De Enkele Wiericke met links de Prinsendijk ten noorden  van de  Steinse sluis gelegen aan de Steinse Dijk 
westelijk van Hekendorp.


Om die reden is in 1364 het al bestaande deel van de "Wiericksloot" welke bij de Oude Rijn uitkwam in zuidelijke richting doorgetrokken om  daarmee de afwatering naar de Hollandsche IJssel te verbeteren. Met een sluis in de Steinse IJsseldijk.

Maar door de snelle verzanding van de getijdenrivier de Hollandsche IJssel als gevolg van de instroom van grote hoeveelheden slib, in combinatie met het probleem van een geleidelijke inklinking van het polderland, werd het ongehinderd afvoeren van overtollig polderwater steeds moeilijker. Om de waterafvoer van de Zuidzijderpolder te verbeteren werd daarom ten het noorden van de polder 's Gravekoop de Zuidzijderboezem aangelegd met de bouw van een watermolen.  Een 2e windwatermolen werd rond het begin van de 16e eeuw gebouwd om op die manier het water getrapt af te kunnen voeren. Deze molen stond vlak naast de Wiericke en werd de Boezemmolen genoemd. De windbemaling van de boezem werd in 1880 gestopt en daarmee verviel ook de boezemfunctie.

Enkele Wiericke net ten noorden van de spoorlijn Utrecht-Rotterdam. Op de achtergrond de nog 
bestaande waterwipmolen van Oukoop. Met een blik op de polder Langeweide


Waterwipmolen in de polder Oukoop.

Eind 15e eeuw stonden er al twee windwatermolens 
(aan de westkant) langs de Enkele Wiericke. 


Een watermolen ten zuiden van Rijksweg A-12 in de Zuidzijderpolder in de voormalige Zuidzijderboezem.   De  tweede watermolen stond  en staat nog steeds in de polder Oukoop. De molen is tot op de dag van vandaag functioneel gebleven hoewel er nu ook een gemaaltje naast is gebouwd.

 

 

 






De voormalige 'Wiericksloot', thans Enkele Wiericke geheten ter hoogte van de voormalige Zuidzijderboezem, welke links achter de bosjes verscholen ligt. Op de achtergrond de Rijksweg A-12



Foto links: Zuidzijderboezem rond 1529

Handgetekend kaartje van 1529 met de watermolens in de voormalige Zuidzijderboezem.

Aan de bovenzijde de Oude Rijn en rechts de"Wiericksloot" zoals de Enkele Wiericke toen nog heette.

De linkermolen is het eerst gebouwd omstreeks het eind van de 15e eeuw.

De rechtermolen is gebouwd aan het begin van de 16e eeuw en vormde de 2e trap. Op een kaart uit 1670 hieronder afgebeeld is de linkermolen niet (meer) aanwezig.

Foto boven: Zuidzijderboezem rond 1670

Alleen de watermolen direct langs de Enkele Wiericke is nog afgebeeld als zijnde de 'Bosemmole'(boezemmolen).De westelijke watermolen was toen blijkbaar al niet meer in functie.De begrenzing met kaden van de boezem is goedzichtbaar met de Bosemkade in het zuiden, Zuyderkade
aan de noordkant, het Albert Gysen Padt in het westen en de Ou Hovens Dijck aan de oostkant.


Rond de Reeuwijkse Plassen lagen vroeger verschillende polderboezems waar bemaling plaatsvond met watermolens. De meeste boezems werden aan het eind van de 19e eeuw buiten gebruik gesteld zoals de hierboven beschreven Zuidzuiderboezem, de boezem in de polder Het land van Stein, de boezem in de polder Groot Hekendorp en de Benschopper Boezem in de polder Haastrecht. In de (zeer drassige) graslanden van die boezems  rond de Reeuwijkse Plassen kwamen tot aan het midden van de 20e eeuw nog bloemrijke schraallandlandvegetaties voor. Ook nu nog zijn verschillende  boezems groeiplaats van plantensoorten die grotendeels uit het agrarische boerenland zijn verdwenen. Verschillende polderboezems zijn inmiddels reservaat.

Ook de Zuidzijderboezem heeft veel van zijn vegetatiekundige kwaliteiten verloren als gevolg van het steeds intensievere graslandgebruik. Maar  nog steeds is er een klein hoekje waar restanten van de vroegere schraallandflora zichtbaar aanwezig zijn. Dat is het noordelijke deel van de Lecksdijk wat overgaat in een fietspad. De berm naast het fietspad toont nog overblijfselen van het schraalland wat hier vroeger aanwezig was.   

Het Albert Gijsen Padt vormde vroeger de westelijke kade van de Zuidzijderboezem. De kade werd waarschijnlijk ook als verbindingspad of kerkpad gebruikt. Vanuit de tegenwoordige situatie moet het pad aan de noordkant van de Lecksdijk bij het fietspad gelegen hebben, waarna het verder in noordelijke richting liep. Langs het Broekveldsche Dijkje aan je linkerhand en dan uitkomend bij de Zuidzijdsche Kade welke een verbinding vormde tussen de Prinsendijk en de Goudsche Straatweg bij Bodegraven. 
Nog in het midden van de zestiger jaren van de 20e eeuw kwamen er in de brede moerassige oever langs het graslandperceel  verschillende zeldzame schraallanden voor waaronder klokjesgentiaan. Ik heb de plant nog persoonlijk mogen aanschouwen te midden van verspreid voorkomende veenmosveldjes met het vleesetende plantje zonnedauw. Het ging toen ook al vrijwel zeker om de enige groeiplaats van  klokjesgentiaan in het Reeuwijkse Plassengebied. 

Eduard van der Voo, een vooraanstaand botanicus die inmiddels overleden is, heeft veel onderzoek gedaan naar vegetaties van schraallanden in het Groene Hart. In een gesprek dat ik ooit met hem had over de natuur rond het Reeuwijkse Plassengebied, kon hij zich nog herinneren dat hier vroeger ook de welriekende nachtorchis voorkwam, en wel bij het Albert Gijsen Padt. 


 

In de sloot langs het vroegere Albert Gijsen Padt stond tot voor kort nog bronmos, een uiterst zeldzame waterplant in West-Nederland. Het lijkt erop dat de soort nu is verdwenen want ik heb hem al een paar jaar niet meer gezien. Bronmos groeit alleen maar in water van hele goede waterkwaliteit. Dit hoekje is het verste punt vanaf de inlaat van het gemaal en dat is wellicht de reden dat het bronmos het hier zo lang heeft weten uit te houden.


Foto links: Dit is het smalle graslandperceel waar het Albert Gijsen Padt gelegen moet  hebben. Foto: najaar 2005
Foto rechts: Fietspad aan de noordzijde van de Lecksdijk met  bloemrijke oever,  tastbaar overblijfsel
van het vroegere schraalland. Foto najaar 2005


Tot voor kort kwam in de strook langs het fietspad aan de noordkant van de Leckxdijk nog een van de laatste groeiplaatsen van Reeuwijk voor van de schraallandsoort spaanse ruiter, maar deze is inmiddels  verdwenen. Wateraardbei komt nog  wel voor in de moerassige berm van het vroegere Albert Gijsen Padt. Maar hoelang nog?


Foto links: Het smalle perceel dat het cultuurhistorisch belangrijke Albert Gijsen Padt vormde is inmiddels verbreed via het dempen van een tussensloot. Foto: November 2007.

Foto rechts: De bloemrijke berm gaat steeds verder achteruit in kwaliteit. Een steeds bredere strook wordt meegenomen in het 
bermbeheer waarbij meerdere keren per jaar wordt gemaaid. De sloot is recent uitgebaggerd en een deel van de bagger is op de oeverwal gezet. Voor schraallandplanten ongunstig. Foto: November 2007.


Dit is de oude maalsloot in de voormalige Zuidzijderboezem, welke richting de Enkele Wiericke loopt.  De 1e 
watermolen, die hier omstreeks het begin van de 15e eeuw aanwezig was, moet ergens op de voorgrond gestaan hebben maar sporen die daar nog op zouden kunnen duiden ontbreken. Foto: najaar 2005.


Zelfde situatie als de foto hierboven. Maar inmiddels zijn een paar (overbodige) oude brugovergangen en
 een vaste dam verwijderd i.v.m. een peilaanpassing in de polder. Foto:  September 2007