Veenweidepark Ruyghe Wei bij Oudewater

Van voormalige boezem naar  recreatiegebied. De aanleg  in 2010.
Oostelijk van de voormalige Hekendorpse Boezem ligt nog een boezem n.l. de Oude Waerder BoeSem. Deze voormalige boezem ligt in de polder Kleine Hekendorp pal naast de polder Groot Hekendorp en grenst zo'n beetje tegen Oudewater aan. De in de polder Klein Hekendorp wat hoger in het landschap gelegen Zuringkade, die in de 17e eeuw nog andere namen had n.l. Suringkade en Nieuwe Kade, vormt het restant van de kade die naar ik aanneem rond de boezem gelopen heeft. (zie ook tekst onder de 18e eeuwse kaart.)

Tot voor kort was de polder Klein Hekendorp een open graslandgebied in het Groene Hart, maar in 2009 is er in het middendeel een veenweidepark aangelegd wat de naam Ruyghe Wey heeft gekregen. Een landschapspark bedoeld voor onder meer de inwoners van Oudewater om er te verpozen zoals dat zo mooi heet. Hiervoor is een blok graslandpercelen ter grootte van ongeveer 10 hektare opnieuw ingericht middels het vergraven en aanleggen van nieuwe sloten en waterpartijen en afgelopen voorjaar zijn honderden boompjes geplant met de bedoeling er bos te ontwikkelen. De waterstand heeft een hoger peil gekregen dan de omringende agrarische graslanden. Er zijn smalle halfverharde wandelpaadjes aangelegd en in het zuidelijke deel van het park heeft men een stukje vrij gehouden als speelweide voor honden. Zij mogen daar dus los lopen. Het gebied is toegankelijk vanaf de Ruigeweide maar ook vanuit de bebouwing bij de Dijkgraaflaan.

Heb het afgelopen voorjaar en zomer een paar bezoeken aan het park in wording gebracht om te bezien welke kansen er liggen voor de natuur om zich te gaan ontwikkelen. In mei vielen mij de aanwezigheid op van verschillende weidevogelsoorten die er (nog) met hun jongen rondscharrelden. Dat zal wel snel over zijn als de groei van het bos gaat doorzetten. Ook het open graslandgebied in de directe omgeving van het park zal voor weidevogels minder interessant worden zo verwacht ik als het bos wat ouder wordt. Wat later in de zomer vielen mij de vele juffers en libellen op in en langs de oevers van de sloten en waterpartijen alsmede de snelle ontwikkeling van waterplantenvegetaties.

 

Op bovenstaande 18e eeuwse kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) staat de boezem in de polder Klein Hekendorp aangegeven als de Oude Waerder BoeSem. De boezem lag westelijk pal naast de Zuringkade. Het was een  boezem zonder watermolens want die ontbreken op deze kaart. In het kaartboek van het Groot-Waterschap van Woerden uitgebracht omstreeks1670 ontbreken  eveneens watermolens en opmerkelijk genoeg staat op alle twee de kaarten niets vermeld wat op een (afwatering)sluis zou kunnen duiden. Naar ik vermoed waterde de Oude Waerder BoeSem af op de westelijk gelegen Achter Wateringh die werd bemalen door de twee watermolens van de Hekendorpse Boezem in polder Groot Hekendorp.

Overzicht van het park Ruyghe Wey net na de afronding aanleg.  Nieuwe sloten en waterpartijen zijn gegraven, en door het gebied zijn op een speelse manier slingerpaadjes voor wandelaars aangelegd.
Bomen zijn geplant maar voor de rest was er op dit tijdstip nog niet veel vegetatiegroei. Foto: 16 mei 2010.

Meerdere waterpartijen zijn gegraven. Foto: 16 mei 2010.

 

Toemaakdek

De bodem van de polder Klein Hekendorp is aan de kleiige kant. Bij de aanleg van het park zijn grote hoeveelheden grond verzet. Tijdens een bezoek op het moment dat men druk was met het aanleggen van het park werd mijn interesse gewekt door flinke hoeveelheden scherven die her en der aan de oppervlakte lagen en op de aanwezigheid van een toemaakdek duiden. Stadsafval werd in vroegere eeuwen gebruikt als bemestingstof. In die tijd hadden de boeren nog maar weinig vee en daardoor ook (te) weinig mest om al hun land te bemesten. Daarom vulden ze hun mestbehoefte aan met stadsvuil wat ze opkochten. Regelmatig werd stadsafval gestort om een goede bodemvruchtbaarheid te behouden. Niet verteerde delen zoals glas, aardewerk, pijprestanten en metaal komen te voorschijn als de bovenlaag van grasland wordt vergraven. Zo ook in het park in wording. Het leverde diverse leuke archeologische vondsten op uit de 17e en 18e eeuw zoals (Goudse) kleipijpen, fragmenten van pijpaarde beeldjes, aardewerk scherven en een spinsteentje uit de 16e eeuw. Al snel bleek dat ik niet de enige was die daar interesse voor toonde (er waren al veel zaken weg geraapt bemerkte ik) dus legde ik mijn accent maar weer op de natuur.

Inmiddels zijn weer twee maanden verder na de afronding van de aanleg. Het water is opgezet en in de sloten groeien al veel waterplanten. Ook op de hogere delen waar bomen zijn geplant is al heel wat vegetatie gaan groeien. Foto: 12 juli 2010.     

Op bovenstaande foto's  is goed te zien dat de sloten al flink begroeid zijn met waterplanten. Smalle waterpest komt als dominante soort voor, maar op een paar plekjes trof ik ook kranswier aan, een waterplantensoort die door z'n aanwezigheid indiceert, dat de waterkwaliteit goed moet zijn. Het viel me trouwens op dat het water in de sloten en waterpartijen helder was. De bodem van het park is kleiig en de in de bodem aanwezige kalk werkt bufferend wat de oorzaak is dat het water zo mooi helder is. In de slootjes zwommen hier en hele scholen jonge visjes. Zag zelfs al een klein snoekje staan die het voorzien had op een van die jonge visjes. Langs de oevers vlogen opvallend veel juffers en libellen. Een paar van de soorten die ik tegen kwam staan hier onder afgebeeld. 

Klein snoekje staat bewegingloos te loeren naar een mogelijke prooi. Alleen de vinnen zie je zo
af en toe licht wapperen. Op die manier kan de snoek zich op een plek "staande" houden in het water. 
Op de achtergrond groeit kranswier.

Grote keizerlibel

Close up van een waterjuffer, een lantaarntje

Bruinrode heidelibel

Kleine roodoogjuffer

Voorjaar 2011      Opgroeiend bos en over zeggen, grassen en andere plantensoorten  in het veenweidepark bij Oudewater

Het veenweidepark bij Oudewater, aangelegd in 2009 is volop in ontwikkeling. De meeste aangeplante bomen staan er ondanks de droogte van dit voorjaar fris bij hoewel een deel toch wel een tik door de droogte heeft gekregen. Op de geplagde laaggelegen delen komt de plantengroei goed op gang. Het water in de tussensloten en gegraven plasjes is helder. Het waterpeil wordt wat hoger gehouden waardoor de geplagde oevers vochtig tot nat zijn. Het (her)introduceren van plantenzaden is uitgebleven. De ontwikkeling van plantensoorten zal het dus op eigen kracht moeten doen. Een paar bezoekjes gericht op de gaande  vegetatieontwikkelingen leverden al wat minder algemene plantensoorten op waarvan een fotoserie is samengesteld.

 

Overzicht van het opgroeiende bos met aan de horizon de stad Oudewater. Foto: voorjaar 2011.

 

Een van de heldere tussensloten flink begroeid met waterplanten. Foto: voorjaar 2011.

 

Over grassen en zeggen
Ik zal het U maar gelijk zeggen. Het deel van deze vertelling over grassen en zeggen is eigenlijk bedoeld voor specialisten. 

Grasachtige planten hebben een slechte reputatie. Ze gaan door als lastig op naam te brengen en vormen op de koop toe weinig tot de verbeelding sprekende bloemen. Wie echter de moeite doet om met een loep de bloeiwijzen van deze planten te bekijken, betreedt een verbazingwekkende en mysterieuze wereld. 

In mijn werkzame periode bij Staatsbosbeheer heb ik mij veel  bezig gehouden met het op naam brengen van grassen en zeggen. Twee plantenfamilies waarvan een aantal tamelijk moeilijk is om ze te determineren. De grassen- en zeggengidsen staan vol met termen zoals wel of geen oortjes, wel of geen haren op de knopen, mannelijke- en vrouwelijke aren, veervormig of draadvormig vertakte stempellobben, lange of korte papillen. Voor een leek een doolhof. Ook voor mij heeft het heel wat jaren geduurd voordat ik met deze materie vertrouwd was geraakt.


Grassen
Wereldwijd bestaan er meer dan 2000 verschillende soorten gras. Slechts 6 à 7 daarvan zoals het Engels- en Italiaans raaigras, ruw beemdgras, veldbeemd, grote vossestaart, timotheegras, kropaar en beemdlangbloem worden door de Nederlandse veehouderij als voedergewas gewaardeerd en gebruikt.

 

Wandelpaadje met langs het pad het rozerood van de grassoort gestreepte witbol (holcus lanatus) en het wat meer donkerrode 
veldzuring (rumex acetosa). Op de achtergrond een kunstmatig aangelegd plasje en nog wat verderop de Ruigeweide weg.
Foto: voorjaar 2011.

Linkerfoto: reukgras (anthoxantum odoratum) in een pol met egelboterbloem. Rechterfoto: close up van aar reukgras

 

 

Geknikte vossestaart (alopecurus geniculatis), de naam zegt het al, is herkenbaar 
door een knik in de ondersteel. Groeit graag in wat nattere omstandigheden dus staat in het
veenweidepark vooral op de geplagde lage delen.

Zeggen

Het lijkt op een polletje gras wat groeit op een bijna kale bodem maar de aren hebben een totaal andere vorm. 
Het gaat om hazezegge (carex ovalis).
Tientallen polletjes ervan trof ik al aan.

 

 

Foto links: Hoge cyperse zegge (carex pseudocyperus) is vrij 
algemeen in de oevers langs slootkanten

 

Foto rechts: Zelfs èèn polletje blauwe zegge (carex panicea) werd in een geplagde natte oever gevonden

Vele tientallen polletjes geelgroene zegge (carex demissa) groeiden al in geplagde natte oeverzone's.

 

Een prachtig uitgevoerd beeld wat vele uren werk gekost moet hebben  siert het veenweidepark. Op de achtergrond 
de locatie Touwfabriek Van der Lee waarvoor plannen voor bebouwing zijn ontwikkeld. De oude schoorsteen 
zal in ieder geval als monument mogen blijven staan heb ik begrepen.

 

Touwfabriek Van der Lee heeft plannen om op haar eigen terrein tussen de 30 en 40 woningen te bouwen. Met de opbrengst van de woningverkoop bekostigt de touwfabriek de restauratie van het Oudewaterse industriële erfgoed. Het is de bedoeling dat sommige bedrijfsgebouwen in stand zullen blijven en worden opgeknapt, andere opstallen zullen wel tegen de vlakte gaan. In plaats daarvan komen woningen. Daar blijft het niet bij. Aan de kop van de touwbaan komt een bezoekerscentrum waarin – hoe kan het ook anders – touw centraal staat.

Het plan klinkt sympathiek. Maar 30-40 nieuwe woningen is niet niks. Alweer het zoveelste voorbeeld van het sluipende proces waar het Groene Hart mee te maken krijgt v.w.b. het plannen van woningbouw. Het past misschien wel in het nieuwe Provinciale beleid wat landgoederen meer ruimte wil geven, maar als dit op te veel plaatsen wordt ingezet gaat het wel ten koste van de openheid van het landschap. Ook in andere (Groene Hart) Gemeenten in de omgeving o.a. in Reeuwijk en Bodegraven liggen tal van plannen voor woningbouw op de tekentafel. Overigens beginnen steeds meer burgers zich zorgen te maken en roeren zich omdat zij al die nieuwe woningbouwplannen totaal.

 

De smalle wandelpaadjes in het veenweidepark zijn omgeven met een kleurig palet van bloemachtigen. Op de achtergrond 
de nieuwbouw van Oudewater in de Hekendorpse Buurt langs de Hollandse Yssel. Foto: voorjaar 2011.

 

Twee knobbelzwanen ruziën wat met elkaar.

 

In de heldere sloten groeien veel water- en moerasplanten. Op de foto links
staan twee soorten waterplanten vlak naast elkaar. Links de grote egelskop en rechts de kleine egelskop. De kleine egelskop is onvertakt zoals op de rechterfoto is te zien.

 

Egelboterbloemen komen algemeen voor langs geplagde vochtige oevers.

 

In een van de middensloten trof ik een dode snoek aan. Een smakelijke maaltijd voor de duizenden maden 
die over het halfvergane lichaam krioelden.

Tientallen oeverlibellen vlogen in het veenweidepark rond. Ze hadden een duidelijke voorkeur om zich op de stenige 
wandelpaadjes op te warmen. Op de foto een parende man en vrouw. De blauwe libel is het mannelijk exemplaar.

 

Zeegroene muur (stellaria palustris) is in het veenweidepark absoluut niet zeldzaam. De moerasplant groeit hier en daar 
zelfs uit tot een soort van drijftillen. 

 

Volwassen purperreiger vissend langs een sloot. Wat zijn ze schuw. Ik zat verscholen achter een 
boerenhek maar al op 50-60 meter afstand vertrouwde de reiger mijn bedoelingen niet en vloog weg.

1e jaars purperreiger. Vergelijk het verenkleed met dat van de volwassen purperreiger. De vogel heeft een wel heel rare
kromming in de nek. Veroorzaakt door een mol of woelrat die de reiger nog geen minuut eerder had gepakt en doorgeslikt.

 

Het aantal broedende purperreigers in Nederland is de laatste jaren toegenomen. De meeste jonge purperreigers van dit broedseizoen zijn inmiddels uitgevlogen. Ze zwerven momenteel door het Groene Hart op zoek naar voedsel. Het lijkt een goed broedseizoen geweest te zijn als ik dat relateer aan het aantal 1e jaars exemplaren wat ik tegenkom op mijn zwerftochten door het Groene Hart.