De Put van Kruijt in de polder Oukoop

Overzicht van de Put van Kruijt in de winter. Foto: 12 februari 2013.

 

De Put van Kruijt is een particulier natuurgebied, gelegen in de polder Oukoop in het reservaatgedeelte van het Landinrichtingsplan Driebruggen in de gemeente Reeuwijk/Bodegraven. De Put is een late vervening die omstreeks 1835 is gestopt omdat men bang was voor aantasting van de Prinsendijk langs de Enkele Wiericke. De Put omvat legakkers, damhoeken en petgaten. De Put verkeerde in slechte staat. Hij werd ernstig bedreigd door een slechte waterkwaliteit, kantrot en het vele graafwerk van de muskusrat. Dit had een sterke afkalving van de oevers tot gevolg, waardoor de legakkers in hoog tempo wegspoelden. 

Om het gebied optimaal in te richten is gebruik gemaakt van de subsidieregeling Natuurbeheer 2000. Het bedrijf BIODIVERS (leverancier van natuurzaden van inheemse plantensoorten) verzorgde de aanvraag voor deze subsidie en stelde het vereiste inrichtingsplan op, waarmee de natuurdoelstelling, bloemrijk halfnatuurlijk grasland kon worden behaald. De legakkers dienden hiertoe deels opnieuw te worden ingericht door het afplaggen van de bestaande oevers. Dat is in 2003 gebeurd.

Om de akkers in hun oorspronkelijke vorm te behouden, werden de oevers op duurzame, natuurvriendelijke wijze opnieuw beschoeid. Op de oorspronkelijke oeverlijn werden mannetje aan mannetje palen van onbehandeld inlands vuren geslagen. Deze palenrij werd aan de achterzijde voorzien van doek. De ruimte tussen de palen en de bestaande oever werd opgevuld met takkenbossen en vervolgens met de afgeplagde grond en bagger. In deze bagger is daarna riet aangeplant. Daarna werd door BIODIVERS een passend inheems zaadmengsel van schraallandplantsoorten ingezaaid.

Overzicht van de Put van Kruijt in het voorjaar. Foto: 12 april 2015.

 

In een ander particulier deel van het veenputtencomplex is geen herstelbeheer uitgevoerd. De legakkers aldaar spoelen steeds verder af en zorgen ervoor dat de eertijds via de slagturfmethode (baggeren met baggerbeugel) behoorlijk diep uitgeveende veenputten steeds ondieper worden. Ze zijn wel een geliefde broedplaats van grauwe- brand- en grote Canadaganzen maar die vogelsoorten zijn we als samenleving vanwege de problemen die ze veroorzaken met hun gevreet (op het boerenland) liever kwijt dan rijk. Foto: 12 april 2015.

Eigenaar en beheerder van de Put van Kruijt

Jan Kruijt, eigenaar en beheerder van de veenput,  zittend in een ouderwetse schuilplek zoals de vroegere 
verveenders die gebruikten.
Op de achtergrond het veenputtencomplex en de  watermolen aan de 
Prinsendijk langs de Enkele Wiericke. Foto: 19 juni 2015.

Jan Kruijt is een bezielend persoon die er met veel inspanning en geploeter al een aantal jaren elke keer  weer in is geslaagd dat de Put door het (kleinschalige) beheer wat hij vrijwel dagelijks uitvoert er als een plaatje bij ligt. Maar in je eentje dat beheer voeren is een bijna onmogelijke zaak zeker als je wat ouder wordt. Jan werkt al een tijdje samen met vrijwilligers van Staatsbosbeheer die een verblijf hebben op een aangrenzende legakker met veenput. (Vaar)excursies worden al gecombineerd gedaan in goede samenspraak met Kruijt. Een volgende stap zou kunnen zijn om vrijwilligers van Staatsbosbeheer in te schakelen om onderdelen van het beheer van de Put samen te gaan uitvoeren. De samenwerking tussen de vrijwilligers van Staatsbosbeheer en Kruijt is tot op heden uiterst positief verlopen en verdient voortgang.

 

Het onderhoud en beheer van de Put is zwaar werk. Zelfs het baggerwerk wat zo hier daar noodzakelijk is doet 
Jan nog met de hand. Het wordt tijd voor hulp want het beheer door een man is echt te veel.

 

Het jaarlijks maaien van riet op de voormalige legakkers hoort ook bij het beheer van de Put van Kruijt. 
Niet al het riet wordt gemaaid. Een deel blijft staan als broedgebied voor grote karekiet, roerdomp en 
andere riet- en moerasvogels.

Ringslang en visotter              

De visotter kwam voor tot omstreeks 1962. Na de strenge winter van 1962/63 werd een vrouwtje met twee jongen doodgeschoten in het veenputtencomplex. De bijzonderheden over die gebeurtenis werd mijn verteld door Wijnand Kruijt, een broer van Jan en Dirk. Volgens zeggen zou de hond van een jager/visser het nest van een visotter hebben gespeurd waarin twee jonge visotters lagen, Vervolgens is men gaan posten en toen een visotter bij het nest kwam is deze afgeschoten. De plak waar dit gebeurde is de veenplas die ooit in eigendom was bij het verzekeringsbedrijf de Goudse (eigenaar Bouwmeester).
De volledige polder Oukoop is rond 2015 uitgebaggerd en nu werkt men aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Met het uitbaggeren zijn ook de terreincondities verbeterd wat mogelijkheden biedt voor een eventuele terugkeer van de visotter. Dat dit mogelijk is en te verwachten bewijst ook de recente terugkeer van visotters op de Nieuwkoopse Plassen die daar inmiddels zelfs al jongen hebben gekregen. Inmiddels zijn rond 2020 de eerste veldwaarnemingen van otters geweest in het Reeuwijkse Plassengebied met geplaatste camera's en vreetplaatsen van vis.

De ringslang komt vrij algemeen voor in het veenputtencomplex van Jan Kruijt alsmede in de hele polder Oukoop. 
Foto: 19 juni 2015.

Over vogels en plantensoorten op de Put (en de gehele polder Oukoop).

De krakeend is de laatste jaren flink toegenomen als broedvogel. Hier een koppeltje kuikens die 
vrijwel vliegvlug zijn. Een belangrijk kenmerk zijn de witte vleugelvlekken.

 

Het puttencomplex is broedplaats van diverse paartjes grote Canadaganzen. Net als de grauwe- en brandgans 
wordt het massale voorkomen van deze (zomer)gans ook als negatief ervaren.

 

Bergeend met kuikens. Bergeenden zijn betrekkelijk nieuwe broedvogels in het poldergebied rond Reeuwijk waaronder 
dus ook de polder Oukoop.

 

Graspieper en veldleeuwerik. Ze zijn verdwenen als broedvogel.

 

Grote karekiet, woudaapje en roerdomp. Als broedvogels verdwenen of nog maar uiterst zeldzaam voorkomend. 

 

Ontwikkeling van de vogelstand

Het puttencomplex van Kruijt en de andere veenputten in Oukoop hebben een rijke flora en fauna. Ik kom er al vanaf mijn jeugdjaren. Vroeger was dat lopend vanuit mijn geboorteplaats Haastrecht via de polder Stein en dan de Prinsendijk op langs de Enkele Wiericke naar de waterwipmolen. Daar lag een fors veenputtencomplex waaronder dus ook de Put van Kruijt. De rust van de polder Oukoop met de diverse veenputten waren daarbij voor mij een belangrijke drijfveer om er regelmatig naar toe te gaan. Maar naast die rust was het ook een gebied waar veel te vinden was op het gebied van vogels en planten. Ik praat nu over de 60er jaren van de vorige eeuw. Grote karekiet, woudaapje en roerdomp waren toen nog broedvogel in de diverse veenputten. Grauwe gans en brandgans, nu beschouwd als een plaag, ontbraken toen nog volledig. De weidevogelstand was in die jaren zowel in de polder Oukoop als de aangrenzende polder Langeweide nog prima. Het gezang van de vele veldleeuweriken kon je gewoon niet ontgaan en ook de graspieper was nog een algemene broedvogel. Die broedden trouwens opvallend veel in het dijktalud van de Prinsendijk kan ik me nog herinneren. Van de eendachtigen was de zomertaling een opvallend talrijke broedvogel. In vrijwel iedere sloot die je afkeek met de verrekijker zag je wel een paartje of een losse woerd. Als er een zwarte kraai of blauwe reiger overvloog boven de broedplaatsen van de weidevogels dan vloog letterlijk een wolk van grutto's en kieviten achter de eieren/kuikenrovers aan om die te verjagen. Dat lukte ook prima met zoveel luid schreeuwende vogels. Tureluurs en scholeksters zaten in die tijd nog amper tussen de alarmerende weidevogels. Die broedden toen nog nauwelijks in dit poldergebied. Nu vliegen er bij een overvliegende bruine kiekendief, reiger of zwarte kraai veel minder weidevogels achter aan. De kans op predatie van eieren en kuikens is daardoor fors toegenomen.

Kortom. Er is in de loop der jaren veel veranderd in de broedvogelwereld van Oukoop. Maar voor de verdwenen of sterk afgenomen vogelsoorten  zijn weer andere gekomen. Nu zijn het allereerst de vele (zomer)ganzen die opvallen als broedvogel. Andere nieuwkomers zijn o.a. de grote Canadagans, nijlgans, bruine kiekendief (2015 eerst bekende broedgeval), krakeend, kuifeend, tafeleend, wintertaling (incidenteel), bergeend, visdiefje, kleine plevier (2015 een paar op opgebaggerd land), blauwborst(incidenteel) en buizerd (2015 drie bewoonde nesten).

 

Interessante plantensoorten op put van Kruijt

Links: poelruit in bloei. Groeit langs oevers.
Rechts: breedbladige orchis in bloei tussen een dotterbloem. Groeit op een paar minder 
voedselrijke vochtige plekken op de put van Kruijt.

 

Sterzegge, een kenmerkende plantensoort van vochtig onbemest grasland groeit op een paar plekken 
in het schraalland bij het puttencomplex.

 

Hier en daar op het schraalland groeit een andere minder algemene zeggesoort n.l. hazezegge.
Staat bekend als droogte-indicator.

 

Nog weer een andere zeggesoort is de hoge cyperse zegge. Deze groeit langs oevers van de legakkers.

 

Tussen de hoge vegetatie langs de beschoeide oevers staat ook vrij algemeen moeraswederik met zijn mooie gele bloempjes.

 

Het maaien van het schraalland door broer Dirk gebeurt pas als vrijwel alle planten volledig zijn uitgebloeid. 
Dat is zo eind juni/begin juli. Laat maaien heeft wel als consequentie dat het riet sterk oprukt zoals 
ook hier op de foto is te zien. Foto: 5 juli 2013.

 

Ontwikkeling van de plantenwereld

Nog in de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam er op de huidige Put van Kruijt op een smalle legakker een stukje onbemest drassig veenmosrietland voor. Tussen het veen- en haarmos groeiden tal van schraallandplanten waaronder blauwe zegge, sterzegge, zwarte zegge, moerasviooltje, breedbladige orchis, tormentil en spaanse ruiter. Ik vond in een voorjaar zelfs het zeldzame tandjesgras, de enige groeiplek was dat die ik kende nabij Reeuwijk. Het rietland werd ieder jaar gemaaid maar daar stopte men mee waarna de legakker vol liep met bosopslag en verruigde. De legakker is er nog, maar het veenmosrietland heeft na de herstelwerkzaamheden in de vorm van het natuurvriendelijk beschoeien plaats moeten maken voor gewoon rietland met ertussen allerlei ruigtesoorten. 
Op de Put komt ook nu nog een stukje vegetatie voor wat vrijwel niemand opvalt maar wel heel bijzonder is. Het gaat om een veldje pijpestrootje, groot een tiental vierkante meters, waar genoemde  grassoort dominant groeit. Pijpestrootje is in Nederland niet zeldzaam, maar op- en in de directe omgeving van de Reeuwijkse Plassen wel. De naam pijpestrootje slaat op het feit dat de gedroogde stengel van de plant prima gebruikt kon worden als pijpenrager voor verstokte rokers van de welbekende Goudse lange pijpen.
Tot het puttencomplex van Kruijt behoort ook een brede legakker met onbemest schraalland. Met droge- en hier daar ook vochtige delen. Eigenlijk is de gemiddelde grondwaterstand in de polder Oukoop voor een goede vegetatieontwikkeling van deze legakker als schraalland iets te laag. Op de vochtige delen groeien diverse schraallandplanten zoals ster- en blauwe zegge terwijl op de drogere delen onder meer een droogte-indicator als hazezegge groeit. Ook deze legakker is beschoeid en in de oevers groeien naast riet tal van moerasplanten.

In 2010 (Provincie Zuid-Holland) en 2013 (Freek Mayenburg) is de vegetatie in het puttencomplex van Kruijt onderzocht op het voorkomen van plantensoorten. Er werden een kleine 110 plantensoorten geteld. Uit het vegetatieonderzoek kan  worden geconcludeerd dat het uitstrooien van in schraalland verzamelde zaden op geplagde bodems succesvol kan zijn. Een voorwaarde is wel dat het zaden moeten zijn geoogst in natuurgebieden in de nabije omgeving van de plek waar ze worden uitgestrooid.

 

De Prinsendijk ter hoogte van het veenputtencomplex. Door het extensieve beheer wat wordt gevoerd komen weer soorten van de vroegere bloemrijke dijkflora terug. Op de voorgrond van de foto een veld margrieten met ertussen ook heggewikke. Foto: 15 juni 2015.

 

Heggewikke en veldgerst. Niet zeldzaam op de Prinsendijk langs de Enkele Wiericke.

 

 

Film over turfmaken

Twee turfstekers toe aan een korte pauze bij het puttencomplex Oukoop. De koffie met de dikke sneden 
bruinbrood met varkensreuzel (in de Biesbosch noemden de voormalige griendwerkers dit keuenboter) zijn 
bijna op. Benieuwd hoe laat het is kijkt een van de verveners op zijn vestzakhorloge. Eigenlijk te lang gezeten 
dus weer snel aan het werk. Foto: 19 juni 2015.

Film over turfwinning in Reeuwijk 

In het voorjaar van 2015 is in het Reeuwijkse Plassengebied een film gemaakt  over de turfwinning zoals dat vroeger gebeurde. 
De trailer hieronder is een korte weergave van de 40 minuten durende film "Het Bruine Goud" van Pim Steenbergen. De film verbeeldt de turfmakerij in de laagveengebieden van Holland en Utrecht. Ringslang en veenmol figureren als toeschouwers in dit cultuurhistorische fenomeen.  Meer informatie: pimsteenbergen2@hotmail.com
Om de trailer van de film te zien klik op:    https://www.youtube.com/watch?v=IpwifqPvoGQ&feature=youtu.be