Verruiging grasland met storingsplanten

Vegetatieontwikkeling Polder Stein Noord

Veel percelen van graslanden in Stein Noord behoorden in het verleden vegetatiekundig bekeken tot het  grote vossestaarttype. In dat type grasland floreerde de wilde kievitsbloem. Slechts op een enkel perceel komt dit graslandtype ook nu nog voor, maar minder goed ontwikkeld. Daarvoor in de plaats gekomen hebben veel percelen zich ontwikkeld naar het veldzuring-gestreepte witboltype waarin de laatste jaren steeds meer plantensoorten zijn verschenen die in de landbouw als ongewenst te boek staan. Het gaat om soorten als pitrus, fluitenkruid, ridder- en krulzuring (in de streek hardijzers genoemd), koolzaad, akkerdistel en brandnetels. Ook de kale jonker  en paarse dovenetel, die op een paar percelen massaal groeien en zo'n beetje  de volledige grasmat hebben verdrongen, worden hier als storingssoorten ervaren.
Als voorbeeld voor een plantensoort. De oppervlakte aan fluitenkruid breidt zich steeds verder uit. Het is nu voorjaar 2019 en t.o.v. 2010 en 2013, jaren waarin een uitgebreid fotoverslag en rapport is gemaakt over het fluitenkruidprobleem, heeft deze plantensoortensoort zich alleen maar verder uitgebreid. Geschat wordt dat inmiddels 1/3e deel van het reservaat is begroeid met fluitenkruid.  De biodiversiteit komt daardoor steeds meer onder druk. Voor de weidevogels (grutto, kievit, tureluur en scholekster) is de hoog opgaande vegetatie van fluitenkruid ongunstig, waardoor de  geschikte oppervlakte broedbiotoop flink is gekrompen. Er is echter wel een vogelsoort die daarvan profiteert, en dat is de (zomer)brandgans waarvan een kolonie van enkele honderden exemplaren sinds enkele jaren tussen de fluitenkruid is gaan broeden.