Nieuwsbrief Januari 2020


Fotoalbum: Nieuwsbrief Januari 2020


Kieviten tellen in de polder Stein Noord te Reeuwijk
en de Hooge Boezem bij Haastrecht

10 januari 2020 verbleven er een kleine 50 kieviten langs de oever van de plasdras oost in de polder Stein Noord.
In de graslanden van de polder zelf geen kieviten. Ook in de maand december van 2019 werden er alleen maar kleine
groepjes kieviten van minder dan 100 exemplaren geteld die in de polder verbleven.

13 Januari 2020 verbleven er op de Hooge boezem bij Haastrecht 6 kieviten. Hier een exemplaar zittend samen met een
paartje pijlstaarten  in diepe slaap. Zelfs ruim een kwartier wachten leverde niet het gewenste beeld op; de pijlstaarten 
waren in een diepe slaap en lieten de koppen niet zien.

16 Jan 2020: Geen kieviten op de Hooge Boezem.
18 jan 2020: 3 kieviten op de Hooge Boezem
23 jan 2020: 21 kieviten op de Hooge Boezem
24 jan 2020 4 kieviten op de Hooge Boezem
30 jan 2020 geen kieviten op de Hooge Boezem
31 jan 2020 geen kieviten, 200 wulpen en 7 scholekster
12 februari 2020 175 kieviten
14 februari 2020 420 kieviten, 300 wulpen en 75 scholeksters

31 januari 2020 was de dag, dat ik  de eerste scholeksters (7 stuks) van het voorjaar weer zag in het poldergebied.


Polder Stein Noord.            Kievittellingen in Januari 2020

Datum                                                      Aantal kieviten
5 jan 2020                                                           0
10 jan 2020                                                       50 (bij plasdras)
11 jan 2020                                                         0
13 jan 2020                                                         0
16 jan 2020                                                      180 (op grasland in de polder)
18 jan 2020                                                      230 (zwermend/vliegend boven de polder, invallend bij de plasdras)
23 jan 2020                                                         0
24 jan 2020                                                      160 (zwermend/vliegend boven de polder, invallend bij de  plasdras)
28 jan 2020                                                         0
30 jan 2020                                                         0
8 febr 2020                                                       220 (zwermend boven de polder)
15 febr2020                                                      400 ( 160 bij plasdras en 240 in de polder)

Een groepje kieviten zwermend boven de polder Stein en daarna invallend op de plasdras oost.

Een groep van ca. 220 kieviten zwermde eerst een tijdje boven de polder Stein en viel vervolgens in bij de plasdras aan de
oostkant van de polder. 
Foto: 18 januari 2020


Zachte winter: Vroeg bloeiende narcissen en maar bar weinig kramsvogels

Opmerkelijk. Op 9 januari 2020 stonden er al verschillende narcissen te bloeien in de berm langs de Nieuwenbroekse dijk in Reeuwijk.
Terwijl er elders nog geen bloeiende narcis  te zien was.  Ook in het voorjaar van 2019 waren ze vroeg en precies op dezelfde plek, maar niet zo vroeg als nu in januari.


Als gevolg van de zachte winter blijven veel kramsvogels in hun noordelijk gelegen broedgebieden terwijl ze normaal gesproken door winterse omstandigheden zuidwaarts trekken o.a. naar Nederland. Ook het ontbreken van voedsel zorgt er voor dat grote aantallen zuidwaarts trekken. Maar ook in het noorden is de winter momenteel vrij zacht en er is blijkbaar voldoende voedsel voor deze lijsterachtige. 

                          Kramsvogel---->

De zachte winter is er ook de oorzaak van dat er maar weinig kramsvogels en koperwieken in het Groene hart aanwezig zijn. Vandaag 28 januari 2020 zag ik een groepje van ca. 30 stuksvoedselzoekende exemplaren in de polder Oukoop tezamen met spreeuwen. Het was  eigenlijk voor het eerst deze winter dat ik zo'n groep zag.


Verzamelen: opgeraapt van een molshoop

Hoe komt iemand aan het beginnen van een verzameling?  En waar kan dat toe leiden? Ik kijk graag naar vogels maar laat mijn blik ook graag naar beneden gaan, vlak voor mijn voeten op de grond. Vooral in het voorjaar als de weidevogels nestelen want het blijft een uitdaging en  een genot om een nest te vinden van een kievit, grutto of tureluur. Uiteraard blijven deze legselvondsten liggen maar bij het naar beneden turen naar de grond kom je soms ook andere dingen tegen zoals voorwerpen die door mollen ophoog gebracht worden uit de bodem vanonder de graszode. Spullen uit voorgaande eeuwen, het gaat om overblijfselen van stadscompost, ooit gestort en bedoeld om de bodem vruchtbaarder te maken, dit omdat er (toen nog) een gebrek was aan voldoende koeienmest. Die overblijfselen van stadscompost in de bovenlaag van de bodem worden aangeduid als toemaakdek en werd al toegepast in het midden van de 16e eeuw tot aan het begin van de 20e eeuw.
In die stadscompost zaten dus ook allerlei voorwerpen door mensen weggegooid waaronder (Goudse) rookpijpjes.  In verschillende  polders rond Gouda/Reeuwijk is in het verleden opvallend veel stadscompost gebruikt voor verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Bij werkzaamheden als ploegen, graven en dus ook het omhoog brengen van grond door mollen vind je regelmatig pijpenkoppen en al die vondsten door mij gedaan in ongeveer 60 jaar hebben geleid tot een uitgebreide en bijzonder interessante verzameling van Goudse bodemvondst-kleipijpen.


Vroeg 18e eeuwse kleipijp met aan twee kanten afbeeldingen van aapachtige figuren waarvan een pijprokend en de ander drinkend uit een glas.
Bodemvondst polder Achterwillens bij Gouda.

Mollen uiterst actief in Januari 2020

De mollen waren deze maand zeer actief getuige het grote aantal molshopen wat ik her en der in Reeuwijkse polders zag. Dit terwijl er toch in diverse polders nog actief aan mollenvangen wordt gedaan.
Een aantal van die molshopen afgelopen nadat het flink geregend had in de hoop dat er in de naar boven gebrachte grond iets interessants zou kunnen zitten. Meestal is dat zonder resultaat maar mijn blik viel op een wit scherfje dat uitstak boven de venige grond. Het scherfje bleek te gaan om een vroeg 18e eeuwse kleipijp met aan twee kanten een fraaie afbeelding.


Op de voorgrond flink wat molshopen geproduceerd
door mollen.

Wilt U meer lezen over  (Goudse) bodemvondsten door mij in de stad Gouda en polders rond Gouda gevonden en opgenomen in mijn verzameling zoals kleipijpen die speciaal zijn vervaardigd ter ere van ons Koninklijk Oranjehuis:
klik op: https://www.spijkertegels.nl/goudse-kleipijpen/oranje-kleipijpen


Wat een drukte met smienten op plas Broekvelden in Reeuwijk (surfplas).

Plas Broekvelden

is aangewezen als

Natura 2000

gebied o.a. voor

de regelmatige

aanwezigheid van

>1% van de totale 

West-Europese

populatie van de

smient.

De smient is in de winterperiode de algemeenste eendensoort in en rond het Reeuwijkse Plassengebied. Dat was tot aan ca. 1960 geheel anders. Vanaf die jaren nam het aantal overwinterende smienten in en rond Reeuwijk steeds verder toe. Twee faktoren speelden daarbij een belangrijke rol. De onderwaterzetting van de voormalige polder Broekvelden en Vettenbroek voor zandwinning, en de landbouwkundige ontwikkelingen waarbij de beschikbaarheid van eiwitrijk gras als voedselbron een steeds belangrijkere rol ging spelen. De huidige plas Broekvelden/Vettenbroek (ook bekend als de Surfplas) werd steeds belangrijker als rustgebied voor smienten en andere soorten watervogels. Dat kwam door de openheid en het ontbreken van de jacht. Deze plas vriest door zijn grote diepte vrijwel nooit dicht en bij vorst als de sloten in de polders wel zijn dichtgevroren kunnen de aantallen smienten op de plas oplopen tot spectaculaire aantallen die de 100.000 soms benaderen. Het voedselaanbod in de omringende graslandpolders is door de intensivering van het grasland toegenomen door de groei van eiwitrijke grassoorten waarvan Engels raaigras de belangrijkste. Overdag verblijven veel smienten op de plas en trekken in de nachtelijke uren naar aangrenzende polders om er hun buik vol te eten. Als er overdag voldoende rust is in de polders kiezen smienten er voor om daar dan ook overdag te blijven. Als er verstoring plaats vindt, vliegen veel smienten dan alsnog naar plas Broekvelden/Vettenbroek. Dat is dan ook de reden dat de aantallen smienten in de loop der dag enorm kunnen toenemen op de plas.

Harde westenwind was het op 28 januari 2020. Met af en en toe een fikse hagelbui waarbij de hagelstenen mijn hoofd letterlijk geselden. Geen pretje dus maar ja, het is bijna weer het moment om een nieuwsbrief uit te brengen. Dus ondanks het wat mindere weer er weer op uit met de fiets. Bij de surfplas zaten de smienten vrij dichtbij door de voor mij gunstige wind. Vanachter het kijkscherm op de Bosmankade kon ik wat leuke foto's maken. De smienten en (enkele tientallen) slobeenden dobberden op een zeer onrustige plas door de harde wind. De golven waren zo hoog dat de smienten en slobeenden regelmatig uit zicht verdwenen achter de opstuwende golven. 

Tussen de smienten ook enkele slobeenden en dit is nog maar een klein deeltje van de aanwezige eenden.


Flink aantal uitbuikende aalscholvers in de polder Stein Noord in Reeuwijk

Een bezoekje aan de polder Stein Noord op 16 januari 2020, gericht op het tellen van  eventuele groepen pleisterende kieviten, leverde me naast een 180-tal kieviten ook een 50-tal uitbuikende aalscholvers op die na een gedane  visjacht als groep zaten te rusten langs de oever van een sloot. Ik was  nog niet eerder  zo'n flinke groep tegen gekomen in de polder Stein. Aalscholvers struinen bij voorkeur in groepen graag sloten en plassen af op zoek naar voedsel. Dat heet sociaal foerageren. Na de vangst gaan ze dan op een of andere rustige plek zitten uitbuiken zoals dat heet. Ze zitten daarbij met open vleugels want die zijn bij de jacht op vis onder water behoorlijk nat geworden en door de vleugels open te houden en af en toe te wapperen drogen ze sneller.
Inmiddels blijkt dat  de aalscholvers de polder Stein min of meer permanent hebben uitgekozen als rustgebied want bij meerdere bezoeken in de 2e helft van januari 2020 zat er steeds een groep van 40-50 exemplaren op vrijwel dezelfde plek. Ook 30 januari 2020 telde ik weer een 50-tal exemplaren.

Groep aalscholvers op 16 januari 2020 uitbuikend langs de oever van een sloot in de polder Stein Noord.
Op de achtergrond de katholieke Barnabas kerk in Haastrecht.

Een deel van de  aalscholvers wat meer in close-up gebracht. Een paar exemplaren met de vleugels open zodat ze wat sneller kunnen opdrogen. Verschillende van de aalscholvers (rechterkant) zijn al in voorjaarskleed met de witachtige kop.


Nieuwkomer in de polder, de koereiger

Koereigers in Nederland en in het Groene Hart? Jawel, ze zijn er. Nog wel steeds zeldzaam zeldzaam en ze zijn er nog maar kort, maar de laatste tijd worden steeds meer solitaire of kleine aantallen koereigers in het poldergebied rond Gouda/Reeuwijk aangetroffen. Druk insecten zoekend bij voorkeur  in de directe omgeving van koeien en schapen  die bij het grazen insecten opjagen. Maar het zijn ook voortreffelijke muizen- en woelratvangers. Grote zilverreigers zijn inmiddels zulke vertrouwde wintergasten geworden dat ze zo hier en daar de blauwe reiger in aantal beginnen te concurreren. Maar met de  grote zilverreiger in Nederland begon het ook maar met een paar vogels. Inmiddels overwinteren in Nederland meer dan 10.000 grote zilverreigers en ook als broedvogel doen ze het goed.
Wat de koereigers betreft, met de gaande  klimaatverandering lijkt de  soort  zich langzaam maar zeker noordwaarts aan het uitbreiden te zijn. Verwacht kan worden dat de aantallen verder zullen toenemen, zeker als de komende jaren de winters zacht zullen zijn. Daarmee is ook het vestigen van een of meer broedkolonies  te verwachten. 


Fotoalbum: koereiger


Zachte winter: Wel spreeuwen in de polder, maar vrijwel geen kramsvogels en koperwieken

Tot nu toe kunnen we de winter amper winter noemen. Winters met flinke perioden van sneeuw en ijs zijn voor vogelaars om vogels te zien interessanter. Als het in het noorden van Europa flink wintert en het voedsel voor vogels raakt op trekken veel vogels zuidwaarts en komen daarbij ook in Nederland terecht. Daar zitten dan soorten bij die je normaal gesproken niet zo veel ziet. Ook kramsvogels en koperwieken dus. Maar omdat de temperaturen in geheel Noord-Europa aan de hoge kant zijn blijven veel vogels in hun broedgebied. En er blijkt ook voldoende  voedsel te zijn zodat er geen noodzaak is om af te zakken naar gebieden waar wel voedsel te vinden is.

Een groep van een kleine 1000 spreeuwen was op zoek naar voedsel in een grasland in de polder Vlist Oost.
Ze zijn gek op o.a emelten (rupsen van de langpootmug). Foto: 18 januari 2020

Regelmatig vlogen de spreeuwen op naar een andere plek om daar weer verder te gaan met voedsel zoeken.
Foto: 18 januari 2020