Nieuwsbrief augustus 2019

De enorme achteruitgang van de insectenwereld in Nederland en geheel West-Europa domineerde enkele maanden geleden het krantennieuws en de media. De oorzakelijke kant werd breed uitgemeten, waarbij de afname in belangrijke mate werd gelegd bij het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen.

De laatste twee maanden heb ik op  mijn wandel- en fietstochtjes door het Groene Hart extra aandacht besteed aan de insectenwereld.

Fotoalbum: Nieuwsbrief augustus 2019


Libellensoort: Paardenbijter

Paardenbijter. Vrouw hangend in struik van Japanse wijnbes.
Eigen tuin. Foto: 5 augustus 2019.

Paardenbijter. Man hangend tussen de klimop.
Eigen tuin. Foto: 6 augustus 2019.


Bermbeheer en het klepelen er van

Bermen vol met koolzaad en fluitenkruid

Veel bermen langs wegen waren in mei geel-wit gekleurd door de massale groei van koolzaad en fluitenkruid. Dit kleurige beeld vormde een nogal grote tegenstelling met de agrarische graslanden die vrijwel bloemloos waren waarin de kleur groen dominant is. De meeste graslanden zijn inmiddels al voor de 2e of 3e keer gemaaid, de 1e keer   tussen 20-30 april 2019,  hetgeen extreem vroeg genoemd mag worden.

Het massale karakter van koolzaad en fluitenkruid heeft een paar oorzaken. Het maaibeheer van bermen, schouwpaden en terreindelen die agrarisch niet interessant zijn wordt vooral uitgevoerd via klepelbeheer, waarbij het maaisel met een slagmaaier fijn wordt geslagen en niet wordt afgevoerd. Als het droog en zonnig weer is rijpen de gemaaide halfrijpe zaden van het maaisel alsnog af zodat het gerijpte zaad als kiemplanten toch op de bodem terecht komt. De bermen waar het gewas na maaien wel wordt afgevoerd worden meestal vrij laat gemaaid zodat de zaden al zijn afgerijpt en grotendeels al zijn gevallen. Wat opvalt is dat er jaren zijn met vrij weinig groei van koolzaad en fluitenkruid afgewisseld met jaren (zoals dit voorjaar) met een massale groei. Vermoedelijk heeft dit ook te maken met de weersomstandigheden. Bij koud en nat weer rijpen de via klepelbeheer gemaaide halfrijpe zaden niet of onvoldoende af hetgeen van invloed is op de groei in het volgende voorjaar. Maar wellicht spelen ook andere omstandigheden een rol zoals het wel of niet  ontbreken van vorst in de winter, en wel of geen bodembeschadiging veroorzaakt door de grofwijzige wijze van  klepelbeheer. 
Veranderingen in het maaibeheer
Inmiddels begint zo hier en daar het besef door te dringen dat klepelen als beheersvorm om een goede biodiversiteit te krijgen minder gunstig is. Nieuw is maaien en tegelijkertijd opzuigen en afvoeren van de gemaaide vegetatie. Deze methode wordt inmiddels (nog op) betrekkelijke kleine schaal toegepast door o.a. de Gemeenten Gouda en Reeuwijk/Bodegraven. Tot op heden beperkt dit nog tot plekken waar verkeersrisico's dreigen door te hoge vegetatie, maar heb ook al geconstateerd dat hele  bermstroken op deze manier worden beheerd.


Natuur in eigen tuin

Achter mijn huis heb ik een stukje tuin, rijkelijk begroeid met erfscheidingsbeplanting, maar er is ook plekje gevonden voor enkele struiken van rode- en zwarte bes, braam, Japanse wijnbes en druiven. Ook heb ik nog een stukje erfscheiding bestaand uit hopplanten die spontaan zijn verschenen en welke ik de ruimte heb gegeven om flink te woekeren. Een grote vlinderstruik en een stukje sierbloementuin zorgen er voor dat er regelmatig dagvlinders, zweefvliegen, bijen en andere insecten in de tuin te zien zijn.

Bestrijdingsmiddelen gebruik ik niet (nooit gedaan behalve ooit een keer een lokdoosje tegen mieren die de keuken terroriseerden) en of het niet gebruiken van bestrijdingsmiddelen de reden is weet ik niet, maar de tuin is voor talloze insecten een aantrekkelijke plek om er te vertoeven. Buiten zittend heb ik de gewoonte om de camera op tafel te hebben liggen om foto's te kunnen maken van alles wat rondvliegt in de tuin.

Het belooft een goede druivenoogst te worden. Tenminste als de wespen en merels en spreeuwen  ze een beetje met rust laten.
Foto: 19 augustus 2019


Franse veldwespen snoepend van de rijpende druiven in mijn tuin.

Het is weer wespentijd

Gewone wespen op de rijpe Japanse wijnbesvruchten.

Een grote groene sabelsprinkhaan fotografeerde ik op 19 augustus 2019 zittend op het raam achter mijn huis. Mooi te zien in de weerspiegeling van het glas de sprinkhaan, de lucht, de huizen en de fotograaf. Na een paar foto's gemaakt te hebben vloog/sprong het insect weg en ging tegen de schutting zitten. Deze sprinkhaan is een forse soort, dit exemplaar was ongeveer 8 á 9 cm lang.

 

Na te hebben gefotografeerd heb ik het dier met rust gelaten en na een tijdje was de sprinkhaan vertrokken.


Fotoalbum: Macrofauna


Polder Stein zuid. Van maisland naar (insectenvriendelijke) rode klaverweide

Een dubbel gevoel dat wel want het vervangen van de  maisteelt door graslandbeheer betekent wel dat de 6-7 paar kieviten en het paartje scholekster, dat hier jaarlijks pleegde te broeden geen broedplek meer heeft. Het nieuw ingezaaide grasland met de hoog opgaande rode klaver vegetatie is niet aantrekkelijk om er te gaan broeden.

Ik volg in mijn woonomgeving het agrarisch gebruik van graslanden. Niet om de boeren te controleren of zo, maar om te zien wat de gevolgen zijn van het gebruik van het grasland voor de biodiversiteit en welke veranderingen er optreden door een andere gebruiksvorm. In de polder Stein zuidelijk van de Steinse dijk in de uiterwaard tussen Gouda ligt een perceel grasland dat tot vorig jaar werd gebruikt om er mais op te telen. Voor kieviten was dat interessant want jaarlijks broedden op dit perceel in het voorjaar 6-7 paartjes kievit en een scholeksterpaar. Dit voorjaar werd er (na de broedperiode van de kieviten) echter geen mais gepoot, maar een grasmengsel gezaaid waarin opvallend veel rode klaver zat. Van rode klaver is bekend dat het een stikstofbinder is die de bodemvruchtbaarheid ten goede bevorderd, en tegelijkertijd is het een plant waarvan de bloeiende bloemen veel insecten aantrekken.

Scholekster op het nest tussen de jonge maisplantjes.
Voorjaar 2016.

Het perceel dit voorjaar ingezaaid met een vegetatiemengsel
waar vooral rode klaver in domineert. Er is al een keer gemaaid.
Foto: 17 augustus 2019.


Overzicht van het kruidenrijke grasland waarin dominant rode klaver, te zien aan de vele roodgekleurde bloemen. Foto: 17 augustus


Biodiversiteit (en insecten) op het Biologisch melkveebedrijf Hoeve de Goeij

Sinds 2018 boert Ardy de Goeij biologisch op het melkveebedrijf in de polders Oukoop/Stein in Reeuwijk. De Krimpenerwaard en de Nieuwkoopse Plassen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, met het veenweidegebied ten oosten van Gouda als logisch verbindingsstuk. Het veenweidegebied ten oosten van Gouda is door de provincie Zuid-Holland bestemd als natuurgebied. De provincie Zuid-Holland bestemde de polder Oukoop daarom tot ­natuurgebied. Hoeve Stein van Ivanka en Ardy de Goeij moest daarvoor van een gewoon agrarisch melkveebedrijf een biologische natuurboerderij worden. Wageningen ­Environmental Research onderzocht hoe dat ging en wat het oplevert.

Bij de evaluatie vorig najaar stelde Wageningen Environmental Research vast dat het natuurbeheer bij het bedrijf op orde is, al zien de landerijen er nogal "productief, eenvormig en soortenarm” uit. „Ze zijn nooit schraal en hebben weinig reliëf.” Een schrale bodem is arm aan voedingstoffen en daar houden sommige zeldzame planten van.

Wel zijn meer vochtige delen gekomen doordat de oevers van de sloten terrasgewijs zijn afgegraven. De afgegraven grond is over de percelen uitgespreid. Dit hoogteverschil maakt het terrein geschikt voor insecten: libellen, zweefvliegen, hommels, wilde bijen en vlinders. Ook amfibieën, vissen en zoogdieren –muizen en hazen– profiteren ervan, net als grutto’s, scholeksters en kieviten. Op de vochtigste terrassen is lintvormige natuur ontstaan met echte koekoeksbloem, moerasrolklaver, oeverzegge, moeraswederik en veldzuring. Weidevogels foerageren er graag. Een nadeel is dat de hogere delen van de graslanden minder aantrekkelijk zijn voor weidevogels.