Nieuwsbrief augustus 2019


Augustus 2019. Vlinderrijke maand met veel distelvlinders, atalanda's  en koolwitjes.

Augustus was een hele zonnige maand met behoorlijk wat dagen met een behoorlijk hoge temperatuur. Blijkbaar gunstig voor dagvlinders. Atalandavlinders vlogen er met name in de 2e helft van augustus massaal rond evenals distelvlinders. De twee soorten concentreerde zich met name op vlinderstruiken. In de vlinderstruik in mijn tuin telde ik er op een moment zo'n 12 stuks. Ook fladderde verschillende koolwitjessoortenn eind augustus vrij massaal in bermen die niet steeds niet gemaaid waren of al zo begroeid waren na een 1e maaibeurt dat er al weer veel bloemen in bloei stonden.

 

Atatanta.

Distelvlinder

Gehakkelde aurelia op de vlinderstruik in eigen tuin. Foto: 29 augustus 2019

Groot koolwitje op de vlinderstruik in eigen tuin. Foto: 29 augustus 2019


Afname bloemen- en insectenwereld

De enorme achteruitgang van de insectenwereld in Nederland en geheel West-Europa domineerde enkele maanden geleden het krantennieuws en de media. De oorzakelijke kant werd breed uitgemeten, waarbij de afname in belangrijke mate werd gelegd bij het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen en intensieve gebruik.

De laatste twee maanden heb ik op  mijn wandel- en fietstochtjes door het Groene Hart extra aandacht besteed aan de insectenwereld. Bloemrijke plekjes opgezocht waar wat later gemaaid werd en daar gekeken welke insectensoorten de bloeiende planten bezochten.

Bloemrijke graslanden

Tot in de vijftiger jaren waren veel graslanden rijk aan (bloeiende) kruiden en grassen. Door intensivering in de landbouw zijn veel van deze graslanden verarmd qua soortenrijkdom. Veel karakteristieke soorten zijn verdwenen of teruggedrongen tot marginale delen van het grasland, zoals in de slootkanten.  Botanisch weiland ziet er uit als een “ouderwets” grasland, met een wat pollige structuur, en verspreid voorkomende kruiden. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan diverse vormen van beheer gericht op vogels, insecten en kleine zoogdieren. In het voorjaar zijn het paardenbloem, scherpe- en kruipende  boterbloem en pinksterbloem die extensief beheerd grasland een kleur geven , en in de zomer kunnen daar op de drogere percelen of delen er van soorten als margriet, knoopkruid en leeuwentand bijkomen.


Fotoalbum: Nieuwsbrief augustus 2019


Libellensoort: Paardenbijter

Paardenbijter. Vrouw hangend in struik van Japanse wijnbes.
Eigen tuin. Foto: 5 augustus 2019.

Paardenbijter. Man hangend tussen de klimop.
Eigen tuin. Foto: 6 augustus 2019.


Bermbeheer en het klepelen er van

Bermen vol met koolzaad en fluitenkruid

Veel bermen langs wegen in het Groene Hart waren in mei geel-wit gekleurd door de massale groei van koolzaad en fluitenkruid. Dit kleurige beeld vormde een nogal grote tegenstelling met de agrarische graslanden die vrijwel bloemloos waren waarin de kleur groen dominant is. De meeste graslanden zijn inmiddels al voor de 2e of 3e keer gemaaid, de 1e keer   tussen 20-30 april 2019,  hetgeen extreem vroeg genoemd mag worden.

Het massale karakter van koolzaad en fluitenkruid in die bermen heeft een paar oorzaken. Het maaibeheer van bermen, schouwpaden en terreindelen die agrarisch niet interessant zijn wordt vooral uitgevoerd via klepelbeheer, waarbij het maaisel met een slagmaaier fijn wordt geslagen en niet wordt afgevoerd. Als het droog en zonnig weer is rijpen de gemaaide halfrijpe zaden van het maaisel alsnog af zodat het gerijpte zaad als kiemplanten toch op de bodem terecht komt. De bermen waar het gewas na maaien wel wordt afgevoerd worden meestal vrij laat gemaaid zodat de zaden al zijn afgerijpt en grotendeels al zijn gevallen. Wat opvalt is dat er jaren zijn met vrij weinig groei van koolzaad en fluitenkruid afgewisseld met jaren (zoals dit voorjaar) met een massale groei. Vermoedelijk heeft dit ook te maken met de weersomstandigheden. Bij koud en nat weer rijpen de via klepelbeheer gemaaide halfrijpe zaden niet of onvoldoende af hetgeen van invloed is op de groei in het volgende voorjaar. Maar wellicht spelen ook andere omstandigheden een rol zoals het wel of niet  ontbreken van vorst in de winter, en wel of geen bodembeschadiging veroorzaakt door de grofwijzige wijze van  klepelbeheer. 
Veranderingen in het maaibeheer
Inmiddels begint zo hier en daar het besef door te dringen dat klepelen als beheersvorm te krijgen minder gunstig is voor het verkrijgen van een goede biodiversiteit. Nieuw is maaien en tegelijkertijd opzuigen en afvoeren van de gemaaide vegetatie. Deze methode wordt inmiddels (nog op) betrekkelijke kleine schaal toegepast door o.a. de Gemeenten Gouda en Reeuwijk/Bodegraven. Tot op heden beperkt dit zich nog tot plekken waar verkeersrisico's dreigen door te hoge vegetatie, maar heb ook al geconstateerd dat hele  bermstroken op deze manier worden beheerd.


Bloemrijke bermen in Gouda druk bezocht door insecten

De Gemeente Gouda is een mooi voorbeeld van hoe een goed bermbeheer kan zijn. In de jaren vijftig en zestig, en nog lang daarna, moesten bermen vooral netjes zijn, ook binnen gemeente Gouda. In de praktijk betekende dit een korte, gazonachtige begroeiing, in stand gehouden door regelmatig maaien en het maaisel vervolgens te laten liggen.
Midden jaren ’70 gooide Gouda het roer om, met oogstrelend resultaat. Inzaai van natuurzaden, verschralen, laat maaien en gewas afvoeren. Niet alleen de bermen zijn prachtig bloemrijk verfraaid, ook de heemtuin langs de Bloemendaalse weg en de hooilanden van de voormalige boezem in de polder Stein hebben een metamorfose ondergaan.

Zie het rapport Bonte bermen Gemeente Gouda.        ------>

Bonte bermen Gemeente Gouda
HTM bestand – 1.0 KB 38 downloads

Natuur in eigen tuin

Achter mijn huis heb ik een stukje tuin, rijkelijk begroeid met erfscheidingsbeplanting, maar er is ook plekje gevonden voor enkele struiken van rode- en zwarte bes, braam, Japanse wijnbes en druiven. Ook heb ik nog een stukje erfscheiding bestaand uit hopplanten die spontaan zijn verschenen en welke ik de ruimte heb gegeven om flink te woekeren. Een grote vlinderstruik en een stukje sierbloementuin zorgen er voor dat er regelmatig dagvlinders, zweefvliegen, bijen en andere insecten in de tuin te zien zijn.

Bestrijdingsmiddelen gebruik ik niet (nooit gedaan behalve ooit een keer een lokdoosje tegen mieren die de keuken terroriseerden) en of het niet gebruiken van bestrijdingsmiddelen de reden is weet ik niet, maar de tuin is voor talloze insecten een aantrekkelijke plek om er te vertoeven. Buiten zittend heb ik de gewoonte om de camera op tafel te hebben liggen om foto's te kunnen maken van alles wat rondvliegt in de tuin.

Het belooft een goede druivenoogst te worden. Tenminste als de wespen en merels en spreeuwen  ze een beetje met rust laten.
Foto: 19 augustus 2019

Het is weer wespentijd

Franse veldwespen snoepend van de rijpende druiven in mijn tuin.

Gewone wespen op de rijpe Japanse wijnbesvruchten.


Een grote groene sabelsprinkhaan fotografeerde ik op 19 augustus 2019 zittend op het raam achter mijn huis. Mooi te zien in de weerspiegeling van het glas de sprinkhaan, de lucht, de huizen en de fotograaf. Na een paar foto's gemaakt te hebben vloog/sprong het insect weg en ging tegen de schutting zitten. Deze sprinkhaan is een forse soort, dit exemplaar was ongeveer 8 á 9 cm lang.

 

Na te hebben gefotografeerd heb ik het dier met rust gelaten en na een tijdje was de sprinkhaan vertrokken.


Fotoalbum: Macrofauna



Biodiversiteitsontwikkeling op het Biologisch melkveebedrijf Hoeve de Goeij

Heelblaadjes in bloei en worden regelmatig bezocht door verschillende  zweefvliegsoorten zoals op de foto de kleine bandzweefvlieg.

Ook moerasrolklaver groeit vrij massaal op de ingezaaide oeverstroken.

Sinds 2018 boert Ardy de Goeij biologisch op zijn melkveebedrijf in de polders Oukoop/Stein in Reeuwijk. De Krimpenerwaard en de Nieuwkoopse Plassen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, met het veenweidegebied ten oosten van Gouda als logisch verbindingsstuk. Het veenweidegebied ten oosten van Gouda is door de provincie Zuid-Holland bestemd als natuurgebied. De provincie Zuid-Holland bestemde de polder Oukoop daarom tot ­natuurgebied. Hoeve Stein van Ivanka en Ardy de Goeij moest daarvoor van een gewoon agrarisch melkveebedrijf een biologische natuurboerderij worden. Wageningen ­Environmental Research onderzocht hoe dat ging en wat het oplevert.

Bij de evaluatie vorig najaar stelde Wageningen Environmental Research vast dat het natuurbeheer bij het bedrijf op orde is, al zien de landerijen er nogal "productief, eenvormig en soortenarm” uit. „Ze zijn niet schraal en hebben weinig reliëf.” Een schrale bodem is arm aan voedingstoffen, daar houden sommige zeldzame planten van en ze zijn meestal ook bloemrijker.

Wel zijn meer vochtige delen gekomen doordat de oevers van de sloten terrasgewijs zijn afgegraven. De afgegraven grond is over de percelen uitgespreid. Dit hoogteverschil maakt het terrein geschikt voor insecten: libellen, zweefvliegen, hommels, wilde bijen en vlinders. Ook amfibieën, vissen en zoogdieren –muizen en hazen– profiteren ervan, net als grutto’s, scholeksters, tureluurs en kieviten. Op de vochtigste lintvormige terrassen zijn wilde bloemzaden  gezaaid en is natuur ontstaan met o.a. echte koekoeksbloem, moerasrolklaver, oeverzegge, moeraswederik, kattenstaart, heelblaadjes, moerasrolklaver en veldzuring. Zelfs de zeldzame breedbladige orchis is weer met enkele exemplaren aanwezig. Weidevogels foerageren er graag. Een nadeel is dat de hogere delen van de graslanden minder aantrekkelijk zijn voor weidevogels.


Polder Oukoop met in het midden van de foto in paars een van de geplagde vochtige oeverstroken waar natuurzaden zijn ingebracht.
Kattenstaart staat er massaal in bloei.

Bloemrijke vegetatie op geplagde en met natuurzaden ingezaaide oever in de polder Oukoop.


Polder Stein zuid. Van maisland naar (insectenvriendelijke) rode klaverweide

Het terugbrengen van maisteelt naar grasland betekent wel dat de 6-7 paar kieviten en het paartje scholekster, dat hier jaarlijks pleegde te broeden een andere broedplek  moeten gaan zoeken. Het nieuw ingezaaide grasland met de hoog opgaande rode klaver vegetatie lijkt niet erg aantrekkelijk om er te gaan broeden.

Ik volg in mijn woonomgeving het agrarisch gebruik van graslanden. Niet om de boeren te controleren of zo, maar om te zien wat de gevolgen zijn van het gebruik van het grasland voor de biodiversiteit en welke veranderingen er optreden door een andere gebruiksvorm. In de polder Stein zuidelijk van de Steinse dijk in de uiterwaard tussen Gouda ligt een perceel grasland dat tot vorig jaar werd gebruikt om er mais op te telen. Voor kieviten was dat interessant want jaarlijks broedden op dit perceel in het voorjaar 6-7 paartjes kievit en een scholeksterpaar. Dit voorjaar werd er (na de broedperiode van de kieviten) echter geen mais gezaaid, maar een grasmengsel waarin opvallend veel rode klaver zat. Van rode klaver is bekend dat het een stikstofbinder is die de bodemvruchtbaarheid ten goede bevorderd, een goede voederwaarde heeft en tegelijkertijd is het een plant waarvan de bloeiende bloemen veel insecten aantrekken. Nu het melkveebedrijf van de Goeij biologisch boert is besloten op dit perceel een grasmengsel in te zaaien waarin een hoog aandeel rode klaver.

 

Scholekster op het nest tussen de jonge maisplantjes.
Voorjaar 2016.

Het perceel dit voorjaar ingezaaid met een vegetatiemengsel
waar vooral rode klaver in domineert. Er is al een keer gemaaid.
Foto: 17 augustus 2019.

Overzicht van het kruidenrijke grasland waarin dominant rode klaver, te zien aan de vele roodgekleurde bloemen. Foto: 17 augustus

 

Schorsvlieg op gewone bereklauw.

Een drukte van je welste met soldaatjes op de gewone bereklauw


Plasdras gezette perceel in de polder Stein weer goed bezocht door trekvogels

Staatsbosbeheer doet er de nodige moeite voor, maar het plasdras zetten van een perceel in de polder Stein levert toch weer het een en ander op aan het bezoeken door vogels. Op 22 augustus 2019 een telling gedaan. Er waren 5 bosruiters aanwezig, evenals 2 witgatjes, 3 gele kwikstaarten en 8 witte kwikstaarten. Een purperreiger had het plan ook te komen kijken, maar vond mijn aanwezigheid wat minder en vloog weg naar een andere plek langs een slootoever in de polder Stein.

Op de plasdras polder Stein te zien o.a. een witgatje en twee watersnippen. Foto: 22 augustus 2019


Drukte op plas Broekvelden in Reeuwijk

Er verbleven op 22 augustus 2019 maar liefst 84 aalscholvers in de zuid-oosthoek van de  plas Broekvelden. De veren drogend nadat ze als groep hadden gevist op de plas. Deze aalscholvers zaten op paaltjes overgebleven van een eiland wat het ooit vormde maar is weggespoeld. Een andere groep zat meer westelijk langs de Kooidijk op het restant van eilandje te zonnen.