Natuurwaarden op het voormalige boerenbedrijf van Klaas en Ger van der Heuvel in de polder Lang Roggebroek in Reeuwijk

Al vanaf mijn 16e jaar (rond 1960) kwam ik regelmatig in de polder Lang Roggebroek bij de familie van der Heuvel. Zij hadden drie dochters en oefenden een melkveebedrijf uit i.c.m. het fokken van een beperkt aantal varkens. Het was een extensief bedrijf. Ze hadden zo'n 15-20 stuks melkvee en maar een beperkt aantal hectaren in eigendom. Ongeveer 25. Ik had toestemming om op hun landerijen te lopen om de vele weidevogels die er broeden te observeren en de veelsoortige plantenwereld (vooral bijzondere schraallandsoorten) te bestuderen die er groeide. De plantensoort die er voorkwam en mij  het meest aansprak was de wilde kievitsbloem. Deze groeide in die jaren nog met een paar duizend exemplaren op verschillende percelen van het genoemde bedrijf, en verder ook nog op verschillende percelen in de polder Stein Noord. In het voorjaar was het een lust om er naar de vele bloeiende exemplaren te gaan kijken.



De boerderij Twaalfmorgen nr 39 van de Familie Klaas en Ger van der Heuvel staat sinds kort te koop.
Klaas is de afgelopen zomer (2017) overleden en Ger is verhuisd naar verzorgingshuis de Irishof in Gouda.


Boer Jan Verkaik, buurman

Niet de hele polder Lang Roggebroek had zo'n rijke natuur. Boer Jan Verkaik, de buurman die aan de westkant zijn boerderij had, had  op zijn land vrijwel geen broedende weidevogels en ook kievitsbloemen ontbraken op zijn land. Ook in de oevers ontbraken de schraallandplanten welke bij Klaas van der Heuvel groeiden. Hoewel het melkveebedrijf ook niet erg groot was boerde Verkaik wel intensiever en hield meer varkens. Het land werd intensiever bemest en het beweidingspatroon met o.a. voorbeweiding was minder gunstig voor de weidevogels. En die mindere natuur was al zo rond 1965/70. De boerderij van Verkaik is rondom 1910 gebouwd, terwijl de boerderij van van der Heuvel pas rond 1933 is gebouwd. Misschien ligt hier de oorzaak van het verschil in kwaliteit van de natuur tussen deze twee bedrijven. Wellicht zijn de gronden van van der Heuvel veel langer extensief gebruikt toen er nog geen boerderij stond. Het grasland werd wellicht toen alleen gebruikt als hooiland met geen of weinig bemesting (door boeren van de Steinse Dijk langs de Hollandse IJssel).


Kievitsbloemen, schoon water en schraallandplanten

Klaas en Gerrigje tussen de wilde kievitsbloemen

De landerijen van de van der Heuveltjes grensden aan de oostkant aan een perceel wat wij het schrale van Jo Nap noemden. Het was een perceel waar veel smele groeide en in het voorjaar groeiden ook hier vele honderden kievitsbloemen. Een smal slootje aan de westkant en de oevers aan weerszijden waren een waar eldorado voor bijzondere moeras- en waterplanten. Dit kwam omdat het slootje vrijwel volledig afgesloten was van het wat meer voedselrijke water van de plas Kalverbroek. Het water was  glashelder en we durfden het te drinken als we dorst hadden. In de oevers stonden allerlei schraallandplanten zoals spaanse ruiter, moeraskartelblad, kleine valeriaan, sterzegge, moerasviooltje, veenmos, veenpluis en nog veel meer. In het slootjes zelf domineerden waterplanten als kranswier en stijve waterranonkel, en heel bijzonder vond ik er in de tachtiger jaren zelfs een kleine groeiplaats van naaldwaterbies.

Het slootkantbeheer in het najaar werd door Klaas  met de hand uitgevoerd. Dat gebeurde op een zorgvuldige maar veel minder ingrijpende manier als dat machinaal het geval zou zijn.  Die extensieve wijze van oeveronderhoud was gunstig voor het behoud van de aanwezige plantenwereld.

 

Kievitsbloem


In een 2-tal vochtige oevers stonden in 2016 nog verschillende  moerasviooltjes in bloei.

Ook de zeldzame sterzegge groeit nog steeds in klein aantal in oevers van slootkanten


De paar duizend kievitsbloemen die in de 60er jaren groeiden op het land van de van der Heuvels kwamen niet op alle percelen voor. Twee percelen, de buitenstukken, lagen tegen het tegenwoordige recreatiebos aan. Dat was het hooiland en werd laat gemaaid en beperkt bemest met stalmest. Daar groeiden en bloeiden de meeste exemplaren. Op de percelen waar de weidevogels nestelden stonden ook wel exemplaren maar dat was maar een beperkt aantal. Op een ander lang smal perceel wat ook gebruikt werd als hooiland met naweide groeiden ook nog enkele honderden exemplaren. En dan nog een vierkant blok hooilandperceel dat grensde aan de plas Kalverbroek. Daar groeide ook tientallen exemplaren tussen de bloeiende dotters en later in het seizoen stond dit perceel vol met  vele honderden margrieten in bloei. Het aantal bloeiende kievitsbloemen op genoemde percelen werd en wordt ook nu nog jaarlijks geteld maar de constatering is dat de soort sterk is afgenomen en bijna op het punt staat om op deze percelen uit te sterven. Dat zelfde is ook gaande met de kievitsbloemen in de polder Stein m.u.v. een groeiplaats waar de soort zich nog aardig in stand weet te houden. Pogingen voor herstel via herintroductie van zaden hebben tot op heden nog geen resultaat laten zien.


Weidevogels

Kievit op nest. Let op het vele stro tussen de stalmest die in het vroege voorjaar was uitgestrooid. Foto gemaakt omstreeks 1965 door Freek Mayenburg vanuit een observatiehutje. Foto omgezet van dia naar digitale foto.

De dichtheid aan weidevogels op de landerijen van Klaas en Ger was in de 60er/70er jaren van de vorige eeuw verbazingwekkend hoog. Met name die van kievit en grutto. Je kon echt spreken van een broedkolonie weidevogels. Het meest opvallend was echter dat de kieviten en grutto's vlak achter de boerderij broedden op de zgn huiskavels. Niet op alle percelen werd gebroed, een 3-tal percelen was favoriet en daar lagen zo'n beetje alle nesten. Het ging jaarlijks om 10-15 gruttonesten en 25-35 nesten van kievit. De tureluur en scholekster waren in die jaren nog betrekkelijk zeldzaam als broedvogel. Achter de boerderij werd de koe- en varkensmest op een hoop gezet om later op het land te brengen. Regelmatig scharrelden er kievit- en gruttokuikens op zoek naar insecten om- en op die mesthoop.
De vegetatie op de vochtige percelen bleef door het extensieve gebruik in het voorjaar nog vrij laag zodat de nestelende kieviten en grutto's redelijk goed zichtbaar waren. De nesten waren ook goed zichtbaar doordat veel weidevogels de nesten opbouwden van de vele strootjes uit de ruige mest die in het vroege voorjaar op de percelen was gebracht. We gebruikten om de nesten te lokaliseren ook nog een ander hulpmiddel. Bovenin de hooiberg kon je de percelen goed overzien en zag je via de verrekijker de weidevogels nog beter op het nest zitten. Zelfs zomertaling en slobeend broedden graag in het wat pollerige land waar ook nogal wat smele groeide. Smele is een ongewenste grassoort in de landbouw. Smele werd wel door Klaas bestreden, maar ook dat deed hij in handkracht. Eerst werd er een handje landbouwzout op de pollen gestrooid en als de planten dan grotendeels de geest hadden gegeven werden ze met de secschop uitgestoken en tijdelijk op een hoopje gezet om ze later af te voeren.



Kievit broedend op nest gemaakt van strootjes uit strorijke potstalmest die in het vroege voorjaar tijdens een vorstperiode is uitgestrooid over het land. Op de foto onder het nest opgebouwd uit strootjes. Bewust gedaan omdat het perceel erg drassig was.


Interview: Op bezoek bij Klaas en Gerrigje van der Heuvel.

Het zal zo rond 1995 geweest zijn. We zitten aan de keukentafel en kijken naar buiten over het weidelandschap van de polder Lang Roggebroek  waar een troep kramsvogels over het vochtige weiland dwaalt. Verder weg een paar honderd kieviten met een enkele goudplevier er tussen. Er wordt koffie gezet. Klaas bekijkt met lichte ironie mijn blocnote en pen, want ik zal Klaas een interview afnemen over hoe het toch komt dat, waar overal elders in het Reeuwijkse Plassengebied de kievitsbloem is verdwenen, bij hem op het land nog steeds ieder jaar flinke aantallen kievitsbloemen staan te bloeien. "Kleine correctie" zegt Klaas, het is nu mijn land niet meer maar van Staatsbosbeheer. We hebben het overgedaan aan de staat omdat we een dagje ouder worden, het geploeter op het land niet meer willen en we weten dat ze er goed voor zullen zorgen. Waarom de kievitsbloemen daar staan weet ik niet. Waarom ze daar nog wel staan, weet ik wel, het land nat houden en schraal bemesten. Toen mijn collega boeren hier in de buurt zich allemaal door de Landbouwvoorlichtingsdienst gek lieten maken om meer te gaan mesten, vroeger te maaien en meer koeien te nemen, zeiden Ger en ik tegen elkaar, 't zal wel maar wij doen niet mee. We hadden twintig melkkoeien, we konden het daarmee doen, de kinderen kwamen niets tekort en we wisten dat als we meegingen in die gekte we onze mooie bloeiende weide vaarwel konden zeggen. Toen kwam Staatsbosbeheer en vond ons land zo mooi dat ze het gekocht heeft. Wij een lief pensioentje en nog steeds genieten van de vogeltjes en bloemen en zij een interessant gebied. Zo interessant dat ze het genenbank zijn gaan noemen. Einde interview. Zo eenvoudig is het dus.

Natuur is onvoorspelbaar, zegt Klaas, nog wat filosofischer geworden. Hij neemt me mee naar een van de schuren. Boven in het houten beschot een zogenaamd kerkuilengat. Dat is gemaakt. Binnen in de schuur is een uilenkast aan een balk getimmerd. Al onmiddellijk nadat die was opgehangen hoorden we dat er gebruik van werd gemaakt. We zagen in het donker uilen naar binnen en buiten gaan. In de kast kwam ook leven: piepen, krassen, de gekste geluiden maken die kuikens. Wat denk je, komt Ger me melden dat er bosuilenkuikens in de schuur rondscharrelden. We vonden het prachtig.

Naschrift interview

Klaas had zoals tijdens het interview wel bleek weinig op met de Landbouwvoorlichtingsdienst. En terecht als je leest wat er vervolgens gebeurde bij de verkoop van hun land. De Dienst Beheer Landbouwgronden (DBL) toonde interesse in de landerijen omdat de aankoop ervan paste in de aankoop voor reservaatvorming in het kader van  de Herinrichting Driebruggen. DBL taxeerde en kocht gronden aan die vervolgens werden overgedragen aan Staatsbosbeheer. Voordat er werd aangekocht werden de gronden getaxeerd op hun economische waarde waarbij de kwaliteit van grassoorten en drooglegging percelen bepalend waren. Anders gezegd hoe meer Engels raaigras des te hoger het taxatiebedrag. Toen de gronden van van der Heuvel werden getaxeerd werden die een stuk lager getaxeerd als een perceel wat in het aangrenzende polderdeel Kort Roggebroek lag. De eigenaar van dat perceel had verschillende jaren flink veel drijfmest uitgereden, zeg maar gerust gedumpt. De waarde van dat perceel werd veel hoger ingeschat als het extensieve land van van der Heuvel. Met de hoge natuurwaarden werd op geen enkele manier rekening mee gehouden. Daarmee kreeg ook mijn vertrouwen in het beleid van de Overheid een flinke deuk.


Huidige natuurkwaliteiten

Na de aankoop is Staatsbosbeheer de gronden gaan beheren via verpachting van de graslanden onder beperkende voorwaarden. Er werd zoveel mogelijk getracht het bestaande beheer zoals Klaas en Ger  dat deden te volgen. Maar handwerk was er niet meer bij. De voormalige graslanden van van der Heuvel zijn nu ruim 25 jaar in eigendom en beheer van Staatsbosbeheer. Van de natuurwaarden resteert helaas nog maar weinig moet worden geconstateerd. De weidevogels zijn verdwenen op een enkel broedgeval van de kievit na. Ook de kievitsbloemen zijn zo goed als verdwenen van de percelen waar ze groeiden. Wel komen in natte/vochtige oevers van een paar percelen nog steeds relicten voor van verschillende minder algemene schraallandsoorten, maar ook daar is afname merkbaar en het ziet er naar uit dat deze op termijn ook zullen gaan verdwijnen. 

Lichtpuntjes zijn wel dat waterplanten als krabbenscheer en gewoon blaasjeskruid zich t.o.v. vroeger fors hebben uitgebreid. Deze soorten zijn indicatoren van een redelijke waterkwaliteit.  En verder natuurlijk niet te vergeten (maar dat wordt als minder positief ervaren), de toename van de zomerganzensoorten grauwe- en brandgans.


Krabbenscheer in de wetering aan de noordkant van de Twaalfmorgen in Reeuwijk is de laatste jaren fors toegenomen
samen met gewoon blaasjeskruid.

Massaal gewoon blaasjeskruid in een sloot in de polder Lang Roggebroek in augustus 2017.