Augustus 2012
Krabbenscheer in en rond de Reeuwijkse Plassen

Op deze foto zijn de lange wortels zittend aan een krabbenscheerplant goed te zien. De worteldraden lopend vanuit de plant zijn ongeveer 30 cm lang en gaan dan over in de eindwortels waaraan een kluit bagger zit.


Glanzig fonteinkruid en krabbenscheer op plas Ravensberg.
Indicatoren voor een redelijke waterkwaliteit.

Ondanks de wat mindere waterkwaliteit van de Reeuwijkse Plassen en de polders er omheen lijkt krabbenscheer daar op dit moment geen last van te hebben. Deze waterplant is n.l. de laatste jaren enorm in opmars. Op steeds meer plaatsen zie ik krabbenscheer verschijnen vooral in sloten die de scheiding vormen tussen legakkers en de plassen. Soms een beetje geholpen door de mens via het uitzetten van planten die bij het jaarlijkse slootonderhoud worden verwijderd. Een aantal sloten staat er inmiddels al aardig mee vol o.a. langs de Ree, Twaalfmorgen en de Nieuwenbroekse Dijk. Verder is er een opvallende uitbreiding van krabbenscheer gaande in de polder Sluipwijk en noordelijk van de
s' Gravenkoopse Dijk in de polder Reeuwijk. Zelfs in de polder Oukoop, zuidelijk van het fietspad waar krabbenscheer tot voor kort volledig was verdwenen, staat weer een sloot vol (is nu weer verdwenen).

Toch is het massaal verschijnen van krabbenscheer niet alleen een kwestie van een betere waterkwaliteit. Krabbenscheer groeit bij voorkeur in wateren met een modderlaag. In wateren/sloten die grondig
van de baggerlaag zijn ontdaan tot op de pure veenlaag groeit deze waterplant niet of nauwelijks is mijn ervaring. Krabbenscheer heeft lange draadwortels waarvan de uiteinden in de modderlaag zitten. Ook als het water wat dieper is (zelfs tot 1,50 mtr) en er een modderlaag aanwezig is dan heeft een krabbenscheerplant geen enkele moeite om zich via lange tentakelachtige wortels in de baggerlaag te verankeren. Tot aan de 2e wereldoorlog kwamen in het Reeuwijkse Plassengebied krabbenscheervelden voor die groeiden in water van wel 1,5 mtr diep (informatie van voormalige Sluipwijkse broodjagers-vissers). Ook die krabbenscheer groeide in een modderige bodemlaag.

Omdat een groot deel van de sloten in en rond het Reeuwijkse Plassengebied niet meer of maar oppervlakkig van de bestaande baggerlaag wordt ontdaan heeft zich een steeds dikkere modderlaag gevormd waardoor de diepte van de sloten fors is afgenomen. Trouwens, samengaande met een steeds dikker wordende modderlaag is ook de visstand kenmerkend voor een goede waterkwaliteit (snoek-zeelttype) sterk afgenomen. Goed af te lezen aan het vrijwel ontbreken aan sportvissers in de polders op een enkele vliegvisser na die het met de vangst moet doen met kleine ruisvoorntjes en blankvoorns omdat de wat grotere exemplaren zo'n beetje allemaal opgevreten zijn door aalscholvers, blauwe reigers en futen.

Door die aangroeiende modderlaag zijn de kansen voor vestiging van krabbenscheer alleen maar beter geworden tenminste als de modderlaag niet al te dik wordt waardoor de sloten steeds ondieper worden. Er zijn al sloten waar door een dikke modderlaag nog maar 10-max.20 cm water staat. Die zijn ongeschikt en op die plaatsen vestigt zich geen krabbenscheer bevestigen mijn waarnemingen.


Poldersloot in de polder Sluipwijk op 30 juli 2012. Krabbenscheer heeft zich hier recentelijk massaal gevestigd. Nog maar 5 jaar geleden groeide er in deze sloot geen krabbenscheer. De waterkwaliteit in de polder Sluipwijk is redelijk en in combinatie met een dikke modderlaag vormt de sloot blijkbaar een geschikt biotoop voor krabbenscheer.


Polders waar krabbenscheer de laatste jaren fors is uitgebreid zijn Sluipwijk en lokaal in Reeuwijk zuidelijk van de A-12. 


Brede sloot in Reeuwijk in de polder Oukoop tussen de Oukoopse Dijk en de Waterwipmolen. Bovenstaande foto is gemaakt 
op 2 september 2008.Toen groeide daar nog geen krabbenscheer. Inmiddels is een flink deel van deze sloot begroeid met 
krabbenscheer. Deze sloot is al jaren niet meer uitgebaggerd dus de groeiomstandigheden voor krabbenscheer zijn geoptimaliseerd. 
Hier werden op 24 augustus 2012 twee patrouillerende mannetjes groene glazenmaker waargenomen waarvan een werd 
gefotografeerd toen er even werd uitgerust in de vegetatie langs een oever.


25 augustus 2012. Vergelijk de foto met die van hierboven. Nu staat er wel veel krabbenscheer terwijl het ontbrak 
op 2 september 2008.
Inmiddels is de krabbenscheer weer volledig verdwenen.

Mannetje groene glazenmaker op 24 augustus 2012 gefotografeerd bij een krabbenscheersloot in de polder Oukoop.


Een rondje Reeuwijk op 24 augustus 2012 leverde op drie verschillende plaatsen in totaal 5 vliegende mannelijke groene glazenmakers op en een vrouwelijk exemplaar. Geconcludeerd kan worden dat de groene glazenmaker (voor zijn levenswijze specifiek gebonden aan krabbenscheer) profiteert van de uitbreiding van krabbenscheer. Het gaat (nog) wel om kleine aantallen. De veel algemenere grote keizerlibel en paardenbijter verblijven ook in het krabbenscheer(milieu) en het blijft een kwestie van goed opletten omdat de uiterlijke verschillen van groene glazenmaker met de twee andere genoemde soorten erg klein zijn.


Symbiose met groene glazenmaker en zwarte stern

Krabbenscheer is een belangrijke soort in het laagveensysteem vanwege o.a. de symbiose met groene glazenmaker en zwarte stern. Ik verwacht wel dat de waterplant zal afnemen door het weer op orde brengen van de waterkwaliteit en bij het massaal uitbaggeren van sloten tot op de bestaande veenlaag. Er worden door het Waterschap miljoenen gespendeerd om de waterkwaliteit te verbeteren in en rond de Reeuwijkse Plassen. Het accent ligt daarbij momenteel op het maken van natuurvriendelijke oevers. Aanvullend een goed plan maar een veel directer resultaat valt te behalen in het baggeren van sloten. En met baggeren bedoel ik het voor 90% verwijderen van de baggerlaag tot op de pure veenlaag aan toe. Vermits er dan niet te veel rivierwater wordt ingelaten zal de waterkwaliteit flink verbeteren met name door het zelfreinigend vermogen omdat de biomassa aan water in polders met ca. 50% zal toenemen door het verdiepen van sloten. Beter water betekent ook meer waterplanten van de goede soort dus geen gedoornd hoornblad, smalle waterpest en draadwier. Ook de visstand zal er van profiteren. Het snoek-zeelt type zal zich weer herstellen waardoor sportvissers (en misschien ook wel broodvissers) als vanouds weer de polder in kunnen trekken om hun ding te doen.


Krabbenscheer in sloot noordelijk van fietspad in de polder Reeuwijk. Foto: 15 juli 2010.


Krabbenscheer en witte waterlelie langs de Twaalfmorgen. Foto: 14 juli 2010.


Krabbenscheer langs de Nieuwenbroekse Dijk.
Foto: 15 juli 2010.

Krabbenscheer in het midden van de polder Sluipwijk.
Foto: 29 mei 2010.